Handreikingen voor de praktijk
Wat is proselitisme?
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
Christelijke medicijnen?!
Na de tsunami in december 2004 boden veel christelijke organisaties noodhulp in de Indonesische provincie Atjeh, waar 99% van de bevolking moslim is. Voor de meeste Atjeeërs was het geen enkel probleem dat er christelijke organisaties kwamen helpen, zolang de weeskinderen en ontheemden maar in Atjeh zelf werden opgevangen. De toestemming van de toenmalige president van Indonesië, Abdurrahman Wahid, was ook van belang voor de acceptatie van christelijke hulporganisaties door de bevolking en lokale overheden.Toch bleef er sprake van een zeker wantrouwen. Dit uitte zich onder andere toen een westerse hulporganisatie antibiotica uitdeelde. Op de witte medicijndoosjes stonden zwarte kruizen, met daarnaast het woord Christchurch. Dit gaf aan dat de medicijnen afkomstig waren uit deze stad in Nieuw Zeeland. Maar onder de Atjeeërs zorgde dit voor consternatie. Wilde een christelijke proselitistische organisatie de moslims in Atjeh vergiftigen? Een islamistische beweging gebruikte het incident om wantrouwen tegen westers imperialisme te voeden onder de bevolking.
ICCO, dat (net als Cordaid) als christelijke organisatie actief was in het rampgebied, greep het incident aan om in gesprek te gaan met de partnerorganisaties. Was er bij hen en bij hun achterbannen en doelgroepen óók sprake van wantrouwen? Uit de discussies werd al snel duidelijk dat er juist sprake was van wederzijdse acceptatie en vertrouwen. Hierdoor werden de positieve werkverhoudingen opnieuw bevestigd en versterkt.
"De grote vraag is: wat mobiliseert mensen? En geloof mobiliseert. Niet altijd ten goede, maar in Latijns-Amerika meestal wel, denk ik. Er zijn groepen, denk aan indianen, landlozen en kleine boeren, die hun spirituele dimensie nodig hebben om verzet te kunnen plegen en overeind te blijven. Zij hebben het besef: er staat iemand aan onze kant, we staan er niet alleen voor. Als we worden weggedrukt in de marge, behouden we door onze spiritualiteit nog onze waardigheid als armen.
Dat vind ik een heel wezenlijk aspect van ontwikkeling. In onze analyse en besluitvorming hebben wij daar onvoldoende oog voor. Wij kunnen er pas voldoende oog voor hebben als we er als organisatie uit willen en kunnen komen. In het Westen hebben we geloof en spiritualiteit gereduceerd tot privédomein. Bij sociale bewegingen in Latijns-Amerika heeft religie een natuurlijke plek in het semipublieke domein. Het dominante klimaat binnen onze organisatie is dat er geen ruimte is voor religieuze beleving, want we worden afgerekend op resultaten. Als we die niet laten zien, zijn we er geweest."
(ICCO-medewerker)
Bovenstaand citaat laat zien dat het iets van je vergt als je wilt openstaan voor de positieve kanten van religie: je moet ze wíllen zien. Maar ook je organisatie moet de positieve effecten zien. En vervolgens moet deze ruimte scheppen, die binnen de huidige ‘meetcultuur' vaak onvoldoende is. Een goede visie op religie is in de ontwikkelingssamenwerking relevant om drie samenhangende redenen:
- Iedereen heeft een levensbeschouwing. Deze beïnvloedt, bewust of onbewust, de manier van denken, beleven en handelen, ook in internationale samenwerking. Zijn religie en geloof iets van 'de ander in het Zuiden', terwijl wij in het Westen een seculiere, wetenschappelijke, neutrale blik op de wereld hebben? En gaan wij met diezelfde neutraliteit aan de slag in ontwikkelingssamenwerking?
De vraag is natuurlijk of zo'n neutrale manier van kijken überhaupt mogelijk is. Elke levensbeschouwelijke bril beïnvloedt hoe Nederlandse ontwikkelingsorganisaties denken over ontwikkeling en waar zij naar streven. Kijk daarom eerst naar 'binnen' voordat je naar 'buiten' reikt: no outreach without inreach. Word je op die manier bewust van je eigen (religieuze) identiteit.
- Zodra je je bewust bent van je eigen identiteit, ontdek je op welke punten je verschilt of overeenkomt met je samenwerkingspartner of doelgroep. Je ontwikkelt dan inzicht in je eigen overtuigingen en drijfveren en in die van anderen.
- Wanneer je weet in welke mate je eigen ideeën verschillen of overeenkomen met die van je partner, kun je je houding en gedrag aanpassen. Wat vertel je wel en wat niet aan je samenwerkingspartner over je eigen levensovertuiging? Moet je het wel of niet voor je houden als je ongelovig of andersgelovig bent?
We spreken over proselitisme als bekeringsijver wordt ervaren als opdringerig of agressief. Het woordenboek Van Dale geeft als definitie: (opdringerige) bekeringsijver. Bij proselitisme gaat het erom de ander ervan te overtuigen dat jouw geloof beter is dan het zijne. Alleen als hij zich bekeerd, kan hij worden gered, rijkdom vergaren of een goed leven na dit leven verkrijgen. Het zijn altijd de anderen die de term proselitisme hanteren. Wat iemand als proselitisme ervaart, kan de gelovige zelf namelijk bedoelen als getuigen.
Vooral binnen het christendom en de islam worden gelovigen opgeroepen om de boodschap van het evangelie of de openbaring te verspreiden. Voor christenen staat de aanmoediging om anderen te bekeren te lezen in Mattheus 28, vers 18-20. Katholieken spreken meestal over missie, protestanten over zending. Moslims noemen het dacwa (uitnodiging tot het geloof) of tabligh (bekendmaking). Hun inspiratie is te vinden in de Koran, met name Soera An-Nahl (de Bijen) 16, vers 125.
De interpretatie van deze oproepen verschilt sterk. Sommigen menen dat het volstaat om als christen of moslim het geloof te praktiseren, anderen zijn van mening dat zij worden opgeroepen alle ‘ongelovigen' te bekeren. Die verschillen komen ook naar voren in discussies over getuigen of bekeren.
Jacques Matthey (directeur van de zendingsafdeling van de Wereldraad van Kerken) geeft een goede weergave van het gevaar van proselitisme, bezien vanuit christelijk perspectief:
"In terms of power, the danger of proselytism lies in the pretension of one's superiority in terms of belief, theology, ecclesiology, ethics, coupled with a denigration of other traditions and the use of political alliances to effect conversions, the offering of economic incentives for attracting people and manipulating fear through apocalyptic narratives of God's judgement."
Opdringerige bekeringsijver gaat volgens Matthey gepaard met de inzet van allerlei middelen en het zaaien van angst voor de ‘dag des oordeels'. [3]
Wendy Tyndale zegt hierover:
"De facto there are probably quite a lot of people everywhere in the world who join a church for what they can get from it, as well as for the spiritual enlightenment and strengthening it might give. [...] In Guatemala there are hundreds of women - if not thousands - who have joined Pentecostal churches in the hope that their husbands will join as well and give up drinking alcohol (although it in no way encourages alcohol consumption and denounces drunkenness, the Catholic Church does not prohibit drinking). This of course leads to ‘development' in many dimensions including that of having more money to spend on the children's education." [4]

Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie