Handreikingen voor de praktijk
V.2 Zoeken naar overeenkomsten
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
"De grote vraag is: wat mobiliseert mensen? En geloof mobiliseert. Niet altijd ten goede, maar in Latijns-Amerika meestal wel, denk ik. Er zijn groepen, denk aan indianen, landlozen en kleine boeren, die hun spirituele dimensie nodig hebben om verzet te kunnen plegen en overeind te blijven. Zij hebben het besef: er staat iemand aan onze kant, we staan er niet alleen voor. Als we worden weggedrukt in de marge, behouden we door onze spiritualiteit nog onze waardigheid als armen.
Dat vind ik een heel wezenlijk aspect van ontwikkeling. In onze analyse en besluitvorming hebben wij daar onvoldoende oog voor. Wij kunnen er pas voldoende oog voor hebben als we er als organisatie uit willen en kunnen komen. In het Westen hebben we geloof en spiritualiteit gereduceerd tot privédomein. Bij sociale bewegingen in Latijns-Amerika heeft religie een natuurlijke plek in het semipublieke domein. Het dominante klimaat binnen onze organisatie is dat er geen ruimte is voor religieuze beleving, want we worden afgerekend op resultaten. Als we die niet laten zien, zijn we er geweest."
(ICCO-medewerker)
Bovenstaand citaat laat zien dat het iets van je vergt als je wilt openstaan voor de positieve kanten van religie: je moet ze wíllen zien. Maar ook je organisatie moet de positieve effecten zien. En vervolgens moet deze ruimte scheppen, die binnen de huidige ‘meetcultuur' vaak onvoldoende is. Een goede visie op religie is in de ontwikkelingssamenwerking relevant om drie samenhangende redenen:
- Iedereen heeft een levensbeschouwing. Deze beïnvloedt, bewust of onbewust, de manier van denken, beleven en handelen, ook in internationale samenwerking. Zijn religie en geloof iets van 'de ander in het Zuiden', terwijl wij in het Westen een seculiere, wetenschappelijke, neutrale blik op de wereld hebben? En gaan wij met diezelfde neutraliteit aan de slag in ontwikkelingssamenwerking?
De vraag is natuurlijk of zo'n neutrale manier van kijken überhaupt mogelijk is. Elke levensbeschouwelijke bril beïnvloedt hoe Nederlandse ontwikkelingsorganisaties denken over ontwikkeling en waar zij naar streven. Kijk daarom eerst naar 'binnen' voordat je naar 'buiten' reikt: no outreach without inreach. Word je op die manier bewust van je eigen (religieuze) identiteit.
- Zodra je je bewust bent van je eigen identiteit, ontdek je op welke punten je verschilt of overeenkomt met je samenwerkingspartner of doelgroep. Je ontwikkelt dan inzicht in je eigen overtuigingen en drijfveren en in die van anderen.
- Wanneer je weet in welke mate je eigen ideeën verschillen of overeenkomen met die van je partner, kun je je houding en gedrag aanpassen. Wat vertel je wel en wat niet aan je samenwerkingspartner over je eigen levensovertuiging? Moet je het wel of niet voor je houden als je ongelovig of andersgelovig bent?
Corrie van der Ven, relatiebeheerder bij Kerk in Actie, woonde van 2000 tot 2006 in Indonesië. Ze was door de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) uitgezonden naar het Theologisch Seminarie voor Oost-Indonesië in Massakar. Ze schreef hier een artikel over voor Tussenruimte, een tijdschrift over interculturele religie. [2]
"Doorgaans speelde het verschil in religieuze identiteit niet toen ik in Makassar doceerde. Wat helpt is dat je, anders dan in Nederland, in Indonesië minder duidelijk kunt zien welke religieuze identiteit iemand heeft. Religie was slechts een deel van je identiteit en bovendien is de ene moslim of christen de andere niet. Met de ene moslim heb je veel, met de andere heb je weinig. Zo ook met christenen: met de een deel je veel, met de ander niets. En dan kan het gebeuren dat je met een bepaalde moslim meer feeling hebt dan met een bepaalde christen. Zo leerde ik van de Indonesiërs dat onze identiteit niet gereduceerd kan worden tot slechts één aspect van onze identiteit. En dat identiteiten geen gestolde identiteiten zijn. Onze identiteit bestaat uit een veelheid aan aspecten. Bovendien veranderen die in de loop der jaren.
Maar wat ik ook leerde, was dat er gemanipuleerd wordt met identiteiten. Er worden soms bewust etiketten geplakt op mensen die óf eenzijdig óf gestold óf diskwalificerend zijn. Identiteitspolitiek noemden onze collega's dat: bewuste etikettering om mensen buiten te sluiten of juist binnen te halen, en dat allemaal omwille van eigen politiek of economisch gewin. Bestaat de moslim? Bestaat de christen? Of de Nederlander? Nee, natuurlijk niet. Wie dat zegt, doet aan identiteitspolitiek en probeert mensen buiten te sluiten.
Wat daartegenover staat, is pluralisme. Dat staat niet voor relativisme, maar voor hybriditeit. We hebben als individu een hybride, gemengde identiteit en mogen niet vastgepind worden op één aspect van onze identiteit."
DISCUSSIEVRAGEN
- Heeft jouw organisatie haar centrale waarden expliciet geformuleerd?
- Zo ja, wat vind je van die uitgangspunten?
- Hoe breng je deze centrale waarden in de praktijk?
- Welke vaardigheden heb je daarvoor nodig?
Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie