Handreikingen voor de praktijk
V.1 No outreach without inreach
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
Aandacht voor religie bij projecten in het Zuiden kan niet zonder zelfreflectie. Ga eerst bij jezelf na hoe je denkt, handelt en reageert en welke identiteit je organisatie heeft. Pas dan kun je je uitspreken over hoe een ander denkt, handelt, reageert of dat zou moeten doen.
Tijdens de eerste conferentie van het Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling in 2005 vatten de deelnemers dit samen in de slogan 'no outreach without inreach'. Inreach staat voor de reflectie op je eigen identiteit en die van je organisatie. Outreach verwijst naar de aandacht voor religie in een bepaalde situatie, gemeenschap of regio.
In ontwikkelingssamenwerking mag het niet alleen draaien om de kijk van de donororganisatie of de westerse opvatting van ontwikkeling. Een medewerker van Hivos zegt hier het volgende over:
"De laatste tijd voeren we vaker discussie over de vraag of wij nog wel de juiste kijk op de werkelijkheid hebben. Als je deze vraag opwerpt, kan er meer ruimte ontstaan voor samenwerking met nieuwe organisaties, ook religieuze organisaties."
"De grote vraag is: wat mobiliseert mensen? En geloof mobiliseert. Niet altijd ten goede, maar in Latijns-Amerika meestal wel, denk ik. Er zijn groepen, denk aan indianen, landlozen en kleine boeren, die hun spirituele dimensie nodig hebben om verzet te kunnen plegen en overeind te blijven. Zij hebben het besef: er staat iemand aan onze kant, we staan er niet alleen voor. Als we worden weggedrukt in de marge, behouden we door onze spiritualiteit nog onze waardigheid als armen.
Dat vind ik een heel wezenlijk aspect van ontwikkeling. In onze analyse en besluitvorming hebben wij daar onvoldoende oog voor. Wij kunnen er pas voldoende oog voor hebben als we er als organisatie uit willen en kunnen komen. In het Westen hebben we geloof en spiritualiteit gereduceerd tot privédomein. Bij sociale bewegingen in Latijns-Amerika heeft religie een natuurlijke plek in het semipublieke domein. Het dominante klimaat binnen onze organisatie is dat er geen ruimte is voor religieuze beleving, want we worden afgerekend op resultaten. Als we die niet laten zien, zijn we er geweest."
(ICCO-medewerker)
Bovenstaand citaat laat zien dat het iets van je vergt als je wilt openstaan voor de positieve kanten van religie: je moet ze wíllen zien. Maar ook je organisatie moet de positieve effecten zien. En vervolgens moet deze ruimte scheppen, die binnen de huidige ‘meetcultuur' vaak onvoldoende is. Een goede visie op religie is in de ontwikkelingssamenwerking relevant om drie samenhangende redenen:
- Iedereen heeft een levensbeschouwing. Deze beïnvloedt, bewust of onbewust, de manier van denken, beleven en handelen, ook in internationale samenwerking. Zijn religie en geloof iets van 'de ander in het Zuiden', terwijl wij in het Westen een seculiere, wetenschappelijke, neutrale blik op de wereld hebben? En gaan wij met diezelfde neutraliteit aan de slag in ontwikkelingssamenwerking?
De vraag is natuurlijk of zo'n neutrale manier van kijken überhaupt mogelijk is. Elke levensbeschouwelijke bril beïnvloedt hoe Nederlandse ontwikkelingsorganisaties denken over ontwikkeling en waar zij naar streven. Kijk daarom eerst naar 'binnen' voordat je naar 'buiten' reikt: no outreach without inreach. Word je op die manier bewust van je eigen (religieuze) identiteit.
- Zodra je je bewust bent van je eigen identiteit, ontdek je op welke punten je verschilt of overeenkomt met je samenwerkingspartner of doelgroep. Je ontwikkelt dan inzicht in je eigen overtuigingen en drijfveren en in die van anderen.
- Wanneer je weet in welke mate je eigen ideeën verschillen of overeenkomen met die van je partner, kun je je houding en gedrag aanpassen. Wat vertel je wel en wat niet aan je samenwerkingspartner over je eigen levensovertuiging? Moet je het wel of niet voor je houden als je ongelovig of andersgelovig bent?
Westerse donororganisaties werken ongetwijfeld met goede intenties. Maar realiseer je dat niet iedereen in het Zuiden staat te springen om hulp of samenwerking. Zij kunnen ontwikkelingssamenwerking zien als hedendaagse vorm van westers imperialisme. Verschillende sociaal-religieuze bewegingen in het Zuiden verzetten zich hiertegen.
De slogan 'no outreach without inreach' is een oproep om kritisch naar jezelf te kijken. Gaat het je (nog steeds) om het belang van de mensen in het Zuiden of gaat het ook om je eigen belang? Stel jezelf dus niet alleen de vraag of we de dingen die we doen wel goed doen, maar ook of we wel de goede dingen doen.rn
"We moeten echt af van onze hoge stoel. Wij doen het in het Westen niet beter dan andere samenlevingen, wij vertegenwoordigen niet de beste waarden. Met je vinger wijzen leidt niet tot een dialoog. Ons wijzende vingertje wordt niet meer geaccepteerd."
(Cordaid-medewerker)rn
Wendy Tyndale haalt in haar boek Visions of development de socioloog Kurt Alan Verbeek aan. Deze oppert dat veel ontwikkelingsexperts het thema religie vermijden uit respect voor de lokale cultuur en uit vrees om hun eigen visie op te leggen. Tyndale stelt dat het achterhouden van je eigen visie misschien juist getuigt van neerbuigendheid: blijkbaar acht je jouw visie superieur aan die van de ander. [1]
In de westerse wereld is sterk het idee aanwezig dat religie onwetenschappelijk en uiteindelijk rationeel niet vol te houden is. Hierdoor worden we voortdurend gevoed, bewust of onbewust, betoogt Tyndale. Of je nu zelf religieus bent of niet, je moet je bewust zijn van je eigen wereldbeeld. Alleen zo kun je dit - in ieder geval voor even - opzij zetten en min of meer ‘blanco' luisteren naar wat de ander beweegt en wat de ander wenselijk vindt.
"Neutraal ben je nooit. Dat besef is tegenwoordig wel doorgedrongen tot onze organisatie. Maar ook al ben je nooit neutraal, je kunt wel duidelijk kiezen voor het bouwen van bruggen. Dat klinkt simplistisch, maar dat is heel moeilijk. Je kunt en mag die bruggen bouwen als buitenstaander. Maak daar gebruik van. Voor sociale veranderingen in het land is het belangrijk dat je verschillende debatten aanhoort. Maak duidelijk dat het niet helpt als iedereen op zijn eigen strepen gaat staan.
Onze organisatie wil ruimte bieden voor dialoog, voor het bouwen van bruggen, voor het aanknopen van relaties. Er zijn altijd mensen bij partnerorganisaties die uit hun eigen comfortzone durven te treden. Ik denk dat het je taak als organisatie is om hen te ondersteunen."
(Cordaid-medewerker)
DISCUSSIEVRAGEN
- Heeft jouw organisatie een religieuze identiteit (katholiek, protestants, humanistisch, islamitisch, hindoeïstisch of iets anders)? Wat betekent dit levensbeschouwelijke karakter voor jou?
- Hoe vertaalt de identiteit van jouw organisatie zich volgens jou in beleid? En hoe komt het religieuze karakter naar voren in de praktijk waarin je werkt?
Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie