Handreikingen voor de praktijk

IV. THEMA: Religieus onderwijs

Vorige paragraaf                                                             Volgende paragraaf

 

Het belang van onderwijs voor ontwikkeling staat buiten kijf. De ondersteuning van onderwijs heeft dan ook al lange tijd hoge prioriteit voor veel Nederlandse ontwikkelingsorganisaties. Al in de koloniale tijd hebben westerse religieuze netwerken, waaronder kerken, overal ter wereld onderwijsprojecten opgezet.
De vraag welke vormen van onderwijs het meest in aanmerking komen voor ondersteuning is echter niet altijd eenvoudig te beantwoorden. In veel ontwikkelingslanden heeft de staat moeite met het bieden van kwalitatief goed onderwijs. Vooral in fragiele staten is dit het geval. Van oudsher zijn het vooral non-gouvernementele religieuze organisaties die onderwijs bieden. Hiermee bereiken zij vaak ook groepen die anders moeilijk bereikbaar zijn, zoals kinderen uit de armste families, gehandicapte kinderen, meisjes, nomaden. Ouders prefereren deze vormen van onderwijs regelmatig bóven het staatsonderwijs. Redenen hiervoor kunnen zijn: de kwaliteit van het onderwijs, de toegankelijkheid van de scholen, omdat de ouders er vertrouwen in stellen, of vanwege de religieuze waarden die er worden gedoceerd.

Wanneer Nederlandse ontwikkelingsorganisaties religieuze scholen ondersteunen, zoals een madrasah (islamitische school), kan dit een aantal dilemma's opleveren. Onderwijs gaat immers niet alleen om kennisoverdracht (Lehren), maar ook om vorming (Bildung) en het overdragen van waarden en normen. Een religieuze school die een religieuze moraal wil overdragen, bestendigt daarmee wellicht bepaalde onwenselijke traditionele patronen. Een vaak genoemd voorbeeld is de versterking van traditionele genderrelaties, waarbij jongens en meisjes geen gelijke kansen krijgen. Sommige religieuze scholen hebben een proselitistische doelstelling of moedigen intolerantie jegens andersdenkenden aan. Dergelijke houdingen willen westerse organisaties juist tegengaan in plaats van versterken.

More
More

"Oxfam Novib werkt met madrasahs omdat er geen alternatieven zijn. Het uitgangspunt van Oxfam Novib is: als dat het enig beschikbare onderwijs is en de mensen hun kinderen dus naar de islamitische school sturen, dan moeten we bedenken hoe we deze kinderen het meest effectief kunnen scholen. In bijvoorbeeld Senegal zijn de madrasahs een goed startpunt voor scholing. Onze partnerorganisaties gaan in dialoog met zo'n madrasah om waar nodig de kwaliteit te verbeteren.
We zien dat religie in veel landen een belangrijke rol speelt in het maatschappelijk leven. Als je daar niet bij aansluit, sluit je een groot deel van het maatschappelijk leven uit. Onze afwegingen moeten minder gaan over wat religieus is en wat niet. We moeten ons veel meer afvragen: bieden lokale initiatieven een kans om de doelen te bereiken die we belangrijk vinden voor ontwikkeling?"

(OxfamNovib-medewerker)

Welke keuze maak bij het samenwerken met een partnerorganisatie? Kies je voor een gematigde, maar gemarginaliseerde religieuze stroming? Of kies je voor een religieuze stroming die breed gedragen wordt door de gemeenschap, maar minder goed aansluit bij je eigen normen en waarden of die van jouw organisatie? Uit bovenstaand verslag wordt duidelijk dat een religieus-empathische benadering belangrijk is voor het samenwerken met je partner. Alleen dan kun je van elkaar begrijpen hoe je aankijkt tegen bepaalde zaken.

In dit hoofdstuk gaan we in op de voor- en nadelen van het samenwerken met fbo's. Voor een  vruchtbare dialoog met deze organisaties is het van belang dat je empathie ontwikkelt voor de religieuze ideeën van de partner. Deze empathie moet gelden voor de positieve én de negatieve rol die religie kan spelen. Aan het eind van dit hoofdstuk bespreken we daarom vier taalvelden die aan de orde kunnen komen bij gesprekken met je partner; het herkennen van de taalvelden helpt om te voorkomen dat je te sterk reageert op bepaalde religieus of ideologisch geladen woorden.

Door naar Hoofdstuk IV.1. Partnerschap met fbo

Iedere ontwikkelingsorganisatie maakt uiteraard haar eigen afweging welke onderwijsvormen ze wil ondersteunen. In de Handout. Religion and development policy doet het Kennisforum Religie en Ontwikkelingsbeleid aanbevelingen voor dilemma's rond samenwerking met religieuze scholen: [21]
More

Wijs religieuze lesonderdelen niet meteen af, maar probeer de onderliggende ideeën te begrijpen. Bespreek bijvoorbeeld de angst voor het verliezen van traditionele waarden. Sommige religieuze organisaties hebben het gevoel dat zij hun waarden moeten beschermen tegen de dreiging van moderniteit. Anderen hopen vurig zoveel mogelijk nieuwe leden te winnen om een nieuwe sociale orde te kunnen stichten. Elke organisatie reageert op de een of andere manier op moderniteit. Je moet de angsten en waarden erkennen, zonder ze over te nemen. Pas dan is er discussie mogelijk over hoe je kinderen kunt voorbereiden op effectieve participatie in een snel veranderende samenleving.

Vermijd de valkuil van cultureel relativisme, het idee dat alle culturen en religies hun eigen waarden hebben die je moet respecteren. Hoewel cultureel-religieuze diversiteit een groot goed is, moeten discriminerende praktijken of belastende haatboodschappen niet getolereerd worden. Hier moet je algemene normen rondom menselijke waardigheid en mensenrechten tegenover zetten. Laat dit bij voorkeur doen door leiders uit die samenleving.

More

Beoordeel welke expliciete of impliciete boodschappen religieuze scholen overbrengen aan de leerlingen rondom genderverhoudingen en -verantwoordelijkheden. Draagt het schoolsysteem bij aan de keuzevrijheid en empowerment van meisjes (en jongens)? En gebeurt dit op een cultureel geaccepteerde wijze? Naailessen voor meisjes lijken vanuit westers perspectief bijvoorbeeld erg ouderwets, maar kunnen belangrijk zijn voor de empowerment van meisjes; dit kan later hun belangrijkste inkomstenbron worden.

More

Houd rekening met machtsrelaties wanneer een faith-based school tot een religieus samenwerkingsverband behoort. Onderzoek hoe religieuze politiek het onderwijsbeleid en de onderwijspraktijk beïnvloedt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de school financiële ondersteuning krijgt en in ruil daarvoor moet voldoen aan eisen over de inhoud van het onderwijs of het aannemen van personeel of directie. Voer bijvoorbeeld gesprekken met een partnerorganisatie om hier inzicht in te krijgen.

Zoek uit welke relaties er zijn tussen religie en staat op het gebied van onderwijs. Worden religieuze scholen erkend door de overheid? Mengt de overheid zich in het leerplan? Op welke manier ondersteunt de staat faith-based scholen? Doet de staat dit bijvoorbeeld in de vorm van docentsalarissen, lesmateriaal of schoolgebouwen?

  • Representatie: vertegenwoordigt het religieuze instituut dat contacten heeft met de overheid verschillende religieuze stromingen of slechts één denominatie? En in welke mate vertegenwoordigt het instituut religieuze grassroots-organisaties?
  • Professionalisme: heeft het instituut medewerkers in dienst die kundig zijn op het gebied van onderwijs?

Onderscheid de verschillende contexten waarin faith-based scholen opereren. Tref je op school een minderheid of een meerderheid aan van de betreffende religie of is de religie ongeveer gelijkelijk vertegenwoordigd naast andere religies? Deze verhouding maakt uit voor de manier waarop de school haar religieuze identiteit uitwerkt in het curriculum. Bovendien bepaalt dit welke mogelijkheden een school heeft binnen de samenleving en haar politieke en sociale instituten.

More

Verzamel informatie over:

  • de toegankelijkheid van het onderwijs voor leerlingen met verschillende religieuze achtergronden;

  • de tolerantie en het respect voor verschillende religieuze tradities, de houding ten opzicht van bekering. Kijk hierbij onder andere of het mogelijk is om religieuze lessen niet te hoeven volgen;

  • gendersensitiviteit. Let hierbij zowel op expliciete als op impliciete boodschappen over genderrollen en bijbehorende verantwoordelijkheden.

Deze informatie kan je helpen om onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld het officiële beleid (reflected level), de presentatie van een school in het openbaar (spoken level) en de manier waarop in de klas over de stof wordt gesproken (experienced level).

Breng de steun voor faith-based onderwijs onder in een langetermijnstrategie. Omschrijf hierin welke strategie je organisatie volgt om de hele onderwijssector in dat gebied te versterken, zowel het staatsonderwijs als het particuliere onderwijs. Hoe deze strategie eruit ziet, hangt onder meer af van de toestand van de staat: fragiel, relatief stabiel of stabiel.

Zoek uit hoe de faith-based scholen zich verhouden tot de formele en informele organisatiestructuren en machtsrelaties in de samenleving. Let hierbij ook op de herkomst van fondsen.

Reacties

  • Geen reacties gevonden

    Geef uw reactie


     




    * Verplichte velden