Handreikingen voor de praktijk

IV.3d. Het taalveld van de Mensenrechten

Vorige paragraaf                                                             Volgende paragraaf

More
 

De cruciale pijler van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dit uitgangspunt is van groot belang. De universaliteit van de mensenrechten is één van de steunpilaren waardoor mensen in de mondiale samenleving zich met elkaar verbonden weten en kunnen strijden voor de rechten van ieder mens. Zij kunnen erop rekenen dat er voor hun rechten gestreden wordt, hoe de politieke situatie in een land ook is. Met deze verklaring als uitgangspunt maakt het niet uit welke achtergrond of afkomst mensen hebben, integendeel.

In 1948 werd de Mensenrechtenverklaring geformuleerd na gesprekken met afgevaardigden van alle wereldreligies. Mensen vanuit elke religie zouden zich hierop moeten kunnen beroepen.
De laatste jaren lijken vooral autoritaire politieke regimes en fundamentalistische religieuze bewegingen de universele mensenrechten steeds vaker te beschouwen als westerse ‘uitvinding'. In de ogen van bijvoorbeeld hindoeïstisch-nationalistische bewegingen in India, evangelische groeperingen in Latijns-Amerika en Afrika en islamisten in moslimlanden is de verklaring een instrument van het imperialistische, anti-religieuze Westen.     

Als Nederlandse ontwikkelingsprofessional kun je in gesprek met een partnerorganisatie te maken krijgen met andere opvattingen over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De eerste vraag is: hoe ga je om met kritiek hierop?

More

Welke keuze maak bij het samenwerken met een partnerorganisatie? Kies je voor een gematigde, maar gemarginaliseerde religieuze stroming? Of kies je voor een religieuze stroming die breed gedragen wordt door de gemeenschap, maar minder goed aansluit bij je eigen normen en waarden of die van jouw organisatie? Uit bovenstaand verslag wordt duidelijk dat een religieus-empathische benadering belangrijk is voor het samenwerken met je partner. Alleen dan kun je van elkaar begrijpen hoe je aankijkt tegen bepaalde zaken.

In dit hoofdstuk gaan we in op de voor- en nadelen van het samenwerken met fbo's. Voor een  vruchtbare dialoog met deze organisaties is het van belang dat je empathie ontwikkelt voor de religieuze ideeën van de partner. Deze empathie moet gelden voor de positieve én de negatieve rol die religie kan spelen. Aan het eind van dit hoofdstuk bespreken we daarom vier taalvelden die aan de orde kunnen komen bij gesprekken met je partner; het herkennen van de taalvelden helpt om te voorkomen dat je te sterk reageert op bepaalde religieus of ideologisch geladen woorden.

Door naar Hoofdstuk IV.1. Partnerschap met fbo

More

Hieronder enkele adviezen uit de praktijk:

  • Verwijs naar de wortels van de Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze zijn niet geformuleerd als westers idee, maar juist vanuit de gedachte dat mensen wereldwijd met elkaar moeten kunnen samenleven.

  • Schiet niet in de verdediging, praat rustig en kies weloverwogen je woorden.

  • Versterk in het debat niet het gevoel van de opponent dat ‘het Westen' zich - met een beroep op de Mensenrechtenverklaring - superieur voelt aan de rest van de wereld.

  • Zie mensenrechten als universeel, maar niet als uniform. [19]

  • Volg de ‘procesbenadering'. Hierin worden de mensenrechten opgevat als de uitkomst van een dialoog tussen partijen.

  • Ga niet mee in een (cultuur)relativistische benadering die onderdrukkende (religieuze) ideeën en praktijken vergoelijkt.

  • Laat een dogmatische benadering van de mensenrechten los. [20]
De tweede vraag is welke moeilijkheden je tegenkomt wanneer je (potentiële) partnerorganisatie wel een deel van, maar niet alle mensenrechten accepteert.

In het voorbeeld over de rechten van homoseksuelen wordt als oplossing gesuggereerd: "Als je de taal van de mensenrechten niet koppelt aan de religieuze beleving van veel Afrikanen, dan blijft het iets westers, iets van buiten, waardoor het verloren gaat."

De derde vraag is hoe je kunt zoeken naar een nieuw verhaal, zonder dat je de uitgangspunten van de mensenrechten loslaat.

More

"In het verleden hebben we vooral gekeken met de bril van mensenrechten. Of het christelijke of islamitische mensen waren, maakte niet uit. We keken naar alle arme, gemarginaliseerde mensen met dezelfde bril. Vaak richtten we ons daarbij op de staat: welke verantwoordelijkheden heeft de staat en welke rechten hebben burgers? Inmiddels vragen we ons af of die focus op de staat en wetten wel goed werkt. We hebben hier samen met de partners vele jaren aandacht aan besteed. De wetten zijn er deels wel, maar in de praktijk verandert er niet zoveel. De vraag is dus: wat moet je dan wel? Op welke manier mobiliseer je mensen? De bril van mensenrechten voldoet kennelijk niet. In het Hivos-kennisprogramma in India werken we aan een andere benadering met groepen die zichzelf als ´religieus´ identificeren. Het gesprek gaat over wat de basis is van de normen en waarden en van het vermogen om mensen te mobiliseren voor verbetering van hun eigen levensomstandigheden."

(Hivos-medewerker)

More

De manier waarop je een dialoog voert, letterlijk de woorden die je gebruikt, is van belang in ontwikkelingssamenwerking. Ook de status van degene met wie je spreekt, beïnvloedt in veel gevallen het gesprek. Denk hierbij aan zaken als functie, gezag, ervaring, gender, culturele en religieuze achtergrond. Hieronder gaan we in op de invloed van de taal die je hanteert.

In een dialoog neemt de ontwikkelingsprofessional vaak een complexe positie in. Hij moet de posities inschatten van de belanghebbenden (stakeholders) in het politieke, maatschappelijke, culturele én religieuze veld. Hij dient zich ook bewust te zijn van de ‘symbolische taalvelden' in een dialoog. Het symbolische taalveld van de (gespreks)partner(s) kan immers anders zijn dan dat van jou. Het is daarom van belang dat je probeert elkaars symbolentaal te begrijpen. Dit helpt om te voorkomen dat je te sterk reageert op bepaalde religieus of ideologisch geladen woorden.

We beschrijven vier symbolische ‘taalvelden'. In de praktijk worden deze door elkaar heen gebruikt:

Aan het einde van elke tekst over een taalveld sluiten we af met een of meer discussievragen.

Door naar Hoofdstuk IV.3a. Het taalveld van de Gedeelde Traditie

Reacties

  • Geen reacties gevonden

    Geef uw reactie


     




    * Verplichte velden