Handreikingen voor de praktijk
IV.2 Religieus-empathische dialoog
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
De Wereldbank en de bestrijding van hiv/aids
Een voorbeeld van een thema waarover religieuze gemeenschappen en ontwikkelingsorganisaties sterk van visie verschillen, is de bestrijding van hiv/aids. Sommige religieuze groeperingen ergeren zich aan westerse donororganisaties die pleiten voor het gebruik van voorbehoedsmiddelen om besmetting te voorkomen. Zij vinden dat op deze manier seks voor en buiten het huwelijk wordt gepromoot en pleiten voor onthouding. Sommige ontwikkelingsorganisaties ergeren zich juist weer aan deze reactie en vinden dat religieuze organisaties onvoldoende moreel appèl doen om dit grote probleem goed aan te pakken.
Zowel de VN als de Wereldbank zien de laatste jaren het belang in van samenwerking met geloofsgemeenschappen voor de bestrijding van hiv/aids. In mei 2003 organiseerde de Wereldbank in Addis Abeba een workshop voor christelijke en islamitische hulpverleners uit Oost-Afrika. Zij leerden hoe ze fondsen kunnen verkrijgen uit het aidsfonds van de Wereldbank.
De workshop toonde duidelijk de verschillen in doelstelling en methodes tussen religieuze groepen en de Wereldbank. Aidsprogramma's van de religieuze vertegenwoordigers bleken heel anders georganiseerd en geadministreerd dan moderne managementmethodes leren. Kleine geloofsgemeenschappen werken namelijk vaak met vrijwilligers die niet altijd even snel en efficiënt werken. Maar bovenal bleek aids slechts een aspect van hun programma's. Het hoofddoel was vooral spiritueel en pastoraal: het persoonlijke contact en vertrouwen van de mensen stonden voorop.
De Wereldbank pleitte ervoor dat de gemeenschappen hun krachten zouden bundelen en zouden professionaliseren. De participanten leken hier echter nauwelijks toe bereid. Zij waren vooral bang hun flexibiliteit te verliezen door te veel bureaucratie. Bovendien vreesden ze dat hun persoonlijke manier van werken onder druk zou komen te staan.
Ondanks de meningsverschillen over een controversieel onderwerp als hiv/aids leidde de workshop uiteindelijk tot een samenwerking tussen religieuze leiders in Afrika, de Wereldbank en het United Nations Population Fund. Inmiddels zijn er programma's opgezet rond voorlichting en empowerment voor vrouwen.
"Een dergelijke samenwerking is alleen mogelijk als alle partijen bereid zijn te erkennen dat zij niet de volledige oplossing hebben voor het probleem", zei Wendy Tyndale hierover in een speech voor het Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling. [9]
Inlevingsvermogen is een belangrijke capaciteit die Nederlandse ontwikkelingswerkers moeten bezitten. Wij leggen hierbij speciaal de nadruk op religieuze empathie, inlevingsvermogen en gevoeligheid op het gebied van religie. Voor veel mensen speelt religie een integrale rol in het dagelijkse leven. Het is daarom van belang dat je hier een antenne voor hebt.
Religie en homoseksualiteit
Homoseksualiteit en religie is een lastige combinatie, zo blijkt uit de praktijk van internationale samenwerking. Tussen Nederlandse en Afrikaanse organisaties heerst niet zelden een diepe kloof rondom dit thema. In het onderstaande verslag van een expertmeeting van ICCO en Kerk in Actie, Exploring steppingstones for a dialogue on homosexuality, lees je welke obstakels je tegen kunt komen. [1]
"It's Adam and Eve, not Adam and Steve!" roept de vrouwelijke dominee uit Zuid-Afrika terwijl ze met haar hand op de Bijbel slaat. In een klein toneelstukje zet ze de pijn, de ontkenning en de stilte neer, die heersen rondom de schijnbaar onoplosbare tegenstelling tussen homoseksualiteit en religie. En zeker niet alleen in Afrika. Ook in Nederland wordt nog altijd gesproken over homoseksualiteit, zowel binnen de kerken als in de politiek. Maar niet vaak gaan gelovigen en homoseksuelen met elkáár in gesprek.
Dat gebeurde wel in juni 2008, toen de tien Nederlandse en tien Afrikaanse deelnemers probeerden elkaar te verstaan, zonder te belanden in een loopgravenoorlog vanuit het eigen gelijk. Ze vertegenwoordigden zeer uiteenlopende achtergronden en gezichtspunten, waaronder die van kerken en christelijke organisaties, maar deelden een gezamenlijke visie van een wereld waar iedereen in vrede, veiligheid en gelijkheid kan leven.
Het was een inspirerende en ontroerende bijeenkomst, gekenmerkt door openheid en een enorme drang om te zoeken naar verbindingen. Persoonlijke reflecties en diepgaande analyses wisselden elkaar af. De belangrijkste conclusie was dat we moeten zoeken naar verbinding tussen uiteenlopende benaderingen: religieuze, culturele, rechterlijke. En dat de dialoog altijd moet plaatsvinden met oog voor de culturele en religieuze context. Dit vraagt van alle partijen de erkenning dat geen van beide de waarheid in pacht heeft en dat ze van elkaar kunnen leren.
Gezamenlijke bijbelstudie bleek een goede basis voor dialoog, vanuit een gedeeld taalgebruik. De directeur van Inclusive and Affirming Ministries, Pieter Oberholzer, las voor uit Mattheüs 5:22, waarin Jezus mensen oproept elkaar geen etiketten op te plakken. Tijdens het gesprek, en de verdere drie dagen die de bijeenkomst duurde, zag je het gebeuren: de bijeenkomst werd een oefening in medemenselijkheid.
Het zien van de ander als mens, het stoppen met dehumaniseren van de ander, bleek een eerste aanknopingspunt voor dialoog. "We are all created in God's image", was een Genesistekst die alle deelnemers verbond. Dit bood de kans op een dialoog waarin mensen elkaar als mensen zien, zowel degenen die homoseksualiteit zien als geschapen door God als degenen die dat niet zo zien. Deelnemers met de meest verschillende opvattingen luisterden echt naar elkaar. Iedereen vroeg zich af: zie ik jou werkelijk als mens, hoe oneens ik het ook met je ben? De bijeenkomst was hierdoor een confronterende én een bevrijdende ervaring.
In de praktijk is dat een hele opgave. Zo verzetten Anglicaanse kerkleiders in Oost- en West-Afrika zich sterk tegen homoseksualiteit, tot een mogelijke internationale kerkscheuring aan toe. Tegelijkertijd is er het leven van alledag. In het ene land wordt homoseksualiteit getolereerd, maar in vele Afrikaanse landen is homoseksualiteit strafbaar. In vier landen staat er zelfs de doodstraf op. Politieke en religieuze leiders bestrijden homoseksualiteit met kracht. Eén van de deelnemers, een jonge onderzoeker uit Zimbabwe, vroeg: "Er zijn in Zimbabwe maar 500 mensen aangesloten bij de homobeweging en zij worden voortdurend lastig gevallen en bedreigd. Waarom steekt de regering zoveel tijd en geld in 500 mensen, terwijl de problemen zo groot zijn? Wat is dat toch?"
"Ik voel dat ik mijn schillen moet afleggen", zei een deelnemer uit Afrika na afloop. "Maar wij moeten onze eigen weg hierin kiezen. De confrontatie aangaan werkt niet, hameren op mensenrechten werkt averechts. Dat leidt alleen maar tot nog meer scheuring. Wij moeten beginnen met een pastorale benadering. Mensen zien en hun problemen erkennen. Alleen als ik het op die manier aanpak kan er van binnenuit en heel geleidelijk iets veranderen."
Zo werden wezenlijke vragen gesteld over de manier waarop noordelijke organisaties hun mensenrechtenbeleid vorm geven. "Als je de taal van de mensenrechten niet koppelt aan de religieuze beleving van veel Afrikanen, dan blijft het iets westers, iets van buiten, waardoor het verloren gaat."
Een Afrikaanse kerkleider zei tot slot: "Ik heb hier zoveel gekregen dat ik mee kan nemen naar de Anglicaanse wereldconferentie, dat ik daar het gesprek aan durf te gaan."
De deelnemers uit Afrika geven nu zelf vorm aan de voortgaande dialoog in Afrika. ICCO & Kerk in Actie ondersteunen hun onderzoeken en ontmoetingen. Er zijn inmiddels bijeenkomsten georganiseerd in Namibië en Zuid-Afrika. Ook is een onderzoek in Zimbabwe gefinancierd. Want daarover was iedereen het eens: Afrikaans onderzoek en een Afrikaanse dialoog in Afrika is hard nodig.
Maria Martens (destijds Europarlementariër voor het CDA) verwoordde dit als volgt:
"Als je wilt samenwerken met elkaar, kun je niet voorbij gaan aan wat voor de ander heilig is." [10]
Welke keuze maak bij het samenwerken met een partnerorganisatie? Kies je voor een gematigde, maar gemarginaliseerde religieuze stroming? Of kies je voor een religieuze stroming die breed gedragen wordt door de gemeenschap, maar minder goed aansluit bij je eigen normen en waarden of die van jouw organisatie? Uit bovenstaand verslag wordt duidelijk dat een religieus-empathische benadering belangrijk is voor het samenwerken met je partner. Alleen dan kun je van elkaar begrijpen hoe je aankijkt tegen bepaalde zaken.
In dit hoofdstuk gaan we in op de voor- en nadelen van het samenwerken met fbo's. Voor een vruchtbare dialoog met deze organisaties is het van belang dat je empathie ontwikkelt voor de religieuze ideeën van de partner. Deze empathie moet gelden voor de positieve én de negatieve rol die religie kan spelen. Aan het eind van dit hoofdstuk bespreken we daarom vier taalvelden die aan de orde kunnen komen bij gesprekken met je partner; het herkennen van de taalvelden helpt om te voorkomen dat je te sterk reageert op bepaalde religieus of ideologisch geladen woorden.
Door naar Hoofdstuk IV.1. Partnerschap met fbo
Hieronder bespreken we wat religieuze empathie is, hoe je de religieus-empathische dialoog in praktijk brengt, waarom deze dialoog van belang is en welke waarden en houdingen erbij horen. Ook geven we een aantal aandachtspunten.
Wat?
Religieuze empathie houdt in dat je aandacht en respect hebt voor de betekenis van religie voor je partner(organisatie). Bovendien begrijp je welke rol religie speelt in de context waar je mee te maken hebt.
Volgens de meeste medewerkers van ontwikkelingsorganisaties die wij spraken, is er verschil tussen ‘kennis over' en ‘empathie voor' religie. Gebrek aan kennis is het probleem niet, want kennis kun je bijspijkeren. Bij gevoel en empathie ligt dat wat moeilijker, gaven ze aan, want religieuze empathie gaat veel meer over persoonlijkheidskenmerken. Ze gebruikten uitdrukkingen als ‘rijpheid', ‘klik', ‘omslag' en ‘er geestelijk aan toe zijn' om duidelijk te maken dat je religieuze empathie niet zomaar kunt opdoen tijdens een extra cursus. Toch is er wel een combinatie nodig van kennis en empathie.rn
Hoe?
Als je een religieus-empathische dialoog wilt voeren, let dan op de volgende dingen:
- Besteed nadrukkelijk aandacht aan de rol van religie in de context waarin je werkt.
- Heb respect voor de overtuiging van de partnerorganisatie.
- Bekijk de partnerorganisatie als onderdeel van zijn of haar samenleving.
"Het gaat er om hoe je je partner ziet. Zie je hem puur als uitvoerder van projecten die hij bij je indient of als onderdeel van zijn samenleving? In de landen waar wij actief zijn, is 90% van de mensen religieus. En als ze niet religieus zijn, hebben ze in elk geval een wereldbeeld dat gestoeld is op religieuze kennis, beelden en praktijk. Heb daar gevoel voor, daar gaat het om."
(Cordaid-medewerker)
- Wees eerlijk over je persoonlijke overtuigingen.
"Je moet eerlijk zijn tegenover je partner, ook als je niet gelovig bent. Maar je moet wel uitstralen dat je begrip hebt. Je moet laten zien dat je kunt praten over religie. Er moet tijd en religieuze empathie zijn om daarover te kunnen praten. Die tijd moet je forceren en empathie moet groeien. Mensen moeten gaan aanvoelen dat je begrip hebt."
(Cordaid-medewerker)
Religieuze empathie groeit door ervaring. Het kan zijn dat je religieus-empathisch bent omdat je zelf religieus bent, of omdat je in de praktijk situaties hebt meegemaakt waarin het belang van religie helder werd.
Waarom?
Religieuze empathie is om verschillende redenen belangrijk:
- Het helpt je om je werk goed te kunnen doen. Het maakt hierbij niet uit of je voor een seculiere of een religieuze ontwikkelingsorganisatie werkt.
- Je hebt het nodig om een goede relatie op te bouwen met partnerorganisaties.
- In je contextanalyse heb je oog voor bepaalde aandachtspunten die je anders wellicht niet als relevant zou inschatten.
- Religieuze opvattingen over het 'goede leven' kunnen de discussie verrijken over het doel van je ontwikkelingsactiviteiten en de middelen die je inzet.
- Je (h)erkent de identiteit van de partnerorganisatie beter.
- Je (h)erkent achterliggende opvattingen. Dit is ook van belang bij seculiere organisaties en medewerkers én bij kwesties die in eerste instantie niet met religie te maken lijken te hebben.
- Het genereert (meer) kennis. Die kennis is bijvoorbeeld noodzakelijk voor het goed kunnen beoordelen van situaties, projecten, samenwerkingsverbanden of het voeren van een dialoog.
- Ideeën over het 'goede leven' kun je alleen uitwisselen in interactie met elkaar. Die uitwisseling wordt vruchtbaar wanneer je je inleeft in elkaars opvattingen en wereldbeeld. Een empathische dialoog wordt ‘religieus-empathisch' als je in de dialoog ruimte schept voor de visie wat het 'goede leven' is, bezien vanuit religie.
Bijbehorende waarden en houdingen
Religieuze empathie brengt een aantal waarden met zich mee:
- vertrouwen;
- begrip;
- openheid;
- gelijkwaardigheid.
Bovendien is het van belang dat je de volgende houdingen kunt aannemen:
- Sta open voor de ander en diens achtergrond.rn
- Wees eerlijk over je eigen overtuiging.
- Oordeel niet te snel.
- Overschreeuw jezelf niet.
- Wees nieuwsgierig, maar niet naïef.rn
- Blijf dicht bij jezelf.
Aandachtspunten
- Religieuze empathie kan betekenen dat een organisatie religie ‘instrumenteel' inzet.
"De argumentatie luidt soms: we zetten religieuze actoren in, want die hebben een grote achterban. Die zetten we dan in voor Millenniumdoel nummer x. Dat kun je wel denken, maar dan word je echt door de werkelijkheid ingehaald." (Cordaid-medewerker)
Religieuze empathie kan ook betekenen dat je als medewerker juist los komt van een instrumentele aanpak, doordat je meer ruimte schept voor het perspectief van de partner.
- Religieuze empathie is niet hetzelfde als religieuze sympathie. Het gaat er ook niet om dat je je eigen overtuiging beter vindt dan die van een ander. Je moet religie als fenomeen onder woorden kunnen brengen, maar je hoeft het er niet mee eens te zijn.
- Religieuze empathie betekent niet per se dat je je inhoudelijk bemoeit met de religieuze overtuiging.
- Voor een religieus-empathische dialoog heb je tijd nodig.
"Naast een aantal andere capaciteiten is tijd het belangrijkste ingrediënt. Want in het eerste, tweede of derde gesprek bouw je die relatie simpelweg niet op. Tijd is cruciaal voor de kwaliteit van de relatie en die kwaliteit is essentieel om aandacht te kunnen besteden aan religie." (Cordaid-medewerker)
"Communiceren met een groep boeddhistische monniken in Cambodja bleek moeilijk, omdat zij geen Frans spraken. Ik begon daarom hun taal te leren. Tot mijn stomme verbazing begon één van hen na een half jaar opeens Frans tegen me te praten. Dat vond ik aanvankelijk niet echt leuk, ze hadden gewoon stommetje gespeeld! Maar de monnik legde uit: 'We moesten eerst weten of je een goed hart hebt.' Dat snap ik best, van hun kant gezien. Zij zien zoveel ontwikkelingswerkers voorbij komen! Het is dus zaak om vol te houden, terwijl daar niet voldoende tijd voor is in onze huidige manier van werken." (ICCO-medewerker)
- Wanneer een medewerker zonder religieuze empathie keuzes moet maken betreffende een mogelijke partnerorganisatie, ontstaat mogelijk een probleem.
- De huidige tendens binnen de ontwikkelingssamenwerking is dat resultaten van projecten meetbaar moeten zijn. Religieuze organisaties zijn goed in het versterken van het ‘sociale weefsel' van een samenleving. Het rendement van dit werk is echter lastig te kwantificeren. Hierdoor is het moeilijk dit werk gefinancierd te krijgen.
- Een religieus-empathische dialoog kan politiek gevoelig zijn.
"Ik denk dat er geen gevoeliger onderwerp is dan religie. Je kunt hier pas over beginnen als er werkelijk wederzijds vertrouwen is. Onderschat de rol van religie niet, met name in contexten waar religie als politiek instrument gebruikt wordt." (Cordaid-medewerker)
- Als Nederlandse outsider word je niet altijd toegelaten tot een religieuze dialoog.
"Religieuze leiders hebben er niet altijd belang bij om jou in het eerste, tweede of derde gesprek te vertellen hoe zij echt over bepaalde zaken denken." (Cordaid-medewerker)
- De donororganisatie focust vaak (te) snel op verslaglegging van resultaten. De aansluiting van de partnerorganisatie bij doelgroepen in de samenleving blijft daardoor onderbelicht.
"Ons werk is sterk ‘gefinancialiseerd'. Het ligt tot in detail vast hoe we om moeten gaan met financiën, rapportages en dergelijke. Daar richt de aandacht zich dus ook op, want daar worden we op afgerekend." (ICCO-medewerker)
"Kerk in Actie had een groot opleidingsprogramma in Indonesië. Mensen kregen een training als ‘motivator'. Vervolgens werden ze ingezet in kerken om anderen te helpen te ontsnappen aan de armoede. Het was zeer laagdrempelig werk. De motivators deden werk dat anderen niet konden doen. Probleem was echter dat zij onzichtbaar waren in de ‘normale programma's'. Daardoor werden hun resultaten ook niet zichtbaar. De financiering van het project stopte daarom.
Zo krijgt een andere manier van werken geen kans, alleen omdat de resultaten pas op lange termijn zichtbaar en meetbaar zijn. Dit speelt ook bij andere organisaties, maar je loopt er bij religieuze organisaties wel vaker tegenaan, juist omdat zij zo laagdrempelig kunnen werken." (Kerk in Actie-medewerker)
Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie