Handreikingen voor de praktijk

IV.1b. Voor- en nadelen van samenwerken met fbo

Vorige paragraaf                                                             Volgende paragraaf

Rick James zegt over fbo's:

"While Faith-based organisations (FBOs) are inherently very different from other types of civil society organisations, they are often treated exactly the same in terms of funding and capacity building support... If FBOs are to realise their potential comparative advantages in development, we need to understand much better the unique capacity building opportunities and challenges they face and see how these can be addressed in an appropriate and effective way." [3]

 
More

Voordelen

Rick James wil laten zien waarom het zinvol is om aandacht te besteden aan (samenwerking met) fbo's. Hij noemt diverse manieren waarop fbo's van toegevoegde waarde kunnen zijn voor ontwikkeling: [4] 

  • Ze kunnen voorzien in efficiënte ontwikkelingsdiensten, zoals onderwijs en gezondheidszorg.

  • Ze werken op grass roots-niveau. Op die manier bereiken ze de armsten die de overheid vaak niet bereikt.

  • Ze zijn een belangrijk identiteitsvormend instituut. Daardoor krijgen ze waardering en erkenning van de armsten.

  • Ze bieden een alternatief voor de seculiere ontwikkelingstheorie. Ze hebben namelijk niet alleen aandacht voor economische ontwikkeling, maar ook voor waarden.

  • Ze organiseren gemotiveerde en vrijwillige dienstverlening.

  • Ze moedigen ondersteuning aan vanuit de civil society. Dit doen ze door invloed uit te oefenen op lokaal én nationaal niveau.

  • Ze hebben een duurzaam karakter.

Naast de zeven genoemde voordelen van fbo's bieden ze volgens James ook drie spirituele voordelen voor ontwikkeling die lastiger zichtbaar zijn:

  • Spiritueel onderricht: het geloof biedt een aantal belangrijke waarden, zoals gerechtigheid, medeleven en rentmeesterschap.

  • Hoop, betekenis en doel: religies geven hoop, betekenis en doel aan het leven van mensen.

  • Hulp van een transcendente macht: het geloof dat je er niet alleen voor staat in moeilijke situaties in het leven, kan bijdragen aan ontwikkeling.

In hoeverre fbo's in staat zijn deze voordelen te verwezenlijken, hangt af van de onderlinge relaties tussen een fbo en een lokale geloofsgemeenschap. Een sterke institutionele band of verwantschap tussen een fbo en een lokale geloofsgemeenschap betekent dat de bovengenoemde voordelen eenvoudig bereikbaar zijn. [5]

More

Welke keuze maak bij het samenwerken met een partnerorganisatie? Kies je voor een gematigde, maar gemarginaliseerde religieuze stroming? Of kies je voor een religieuze stroming die breed gedragen wordt door de gemeenschap, maar minder goed aansluit bij je eigen normen en waarden of die van jouw organisatie? Uit bovenstaand verslag wordt duidelijk dat een religieus-empathische benadering belangrijk is voor het samenwerken met je partner. Alleen dan kun je van elkaar begrijpen hoe je aankijkt tegen bepaalde zaken.

In dit hoofdstuk gaan we in op de voor- en nadelen van het samenwerken met fbo's. Voor een  vruchtbare dialoog met deze organisaties is het van belang dat je empathie ontwikkelt voor de religieuze ideeën van de partner. Deze empathie moet gelden voor de positieve én de negatieve rol die religie kan spelen. Aan het eind van dit hoofdstuk bespreken we daarom vier taalvelden die aan de orde kunnen komen bij gesprekken met je partner; het herkennen van de taalvelden helpt om te voorkomen dat je te sterk reageert op bepaalde religieus of ideologisch geladen woorden.

Door naar Hoofdstuk IV.1. Partnerschap met fbo

More

Nadelen

Sommige fbo's werken juist onafhankelijk van lokale geloofsgemeenschappen, omdat een te nauwe samenwerking nadelen met zich kan meebrengen. Deze nadelen hebben in de eerste plaats te maken met het karakter van religie, stelt James: [6]

  • Religie kan aanzetten tot verdeeldheid en conflict.

  • Religie kan onrechtmatige praktijken aanmoedigen of in stand houden. Denk hierbij aan genderongelijkheid, slavernij, kolonialisme, apartheid en kasteverschillen.

  • Men kan religie beschouwen als irrelevant voor ontwikkeling. Ontwikkeling wordt gezien als een autonoom en technisch proces, waarover ‘bovenwereldlijke' religies niets waardevols te zeggen hebben.

  • Religie kan leiden tot proselitisme, bekeringsdrang.

Niet alleen het karakter van religie, ook de wijze waarop religieuze organisaties georganiseerd zijn, kan nadelig zijn. James stelde in 1998 met een aantal collega's een overzicht op van sterktes en zwaktes van christelijke, kerkgelieerde instellingen. Volgens hen hebben deze instellingen potentieel veel toegevoegde waarde en vormen ze een bron van waardevolle capaciteiten. Tegelijk vertonen ze vaak ook zwakheden in hun organisatiecapaciteit. [7] Een aantal voorbeelden zijn:

  • Kerken zijn vaak onderdeel zijn van een breder (inter)nationaal kerkgenootschap, waarin beslissingen traag verlopen. Ontwikkelingssamenwerking is hierdoor weinig effectief.

  • Veel mensen zijn vaak tijdelijk actief voor de organisatie. Bovendien gaat het hier vaak om vrijwilligers, die weinig kennis hebben over het opzetten en uitvoeren van ontwikkelingsprojecten.

  • De kerkelijke organisaties richten zich op leden van de eigen geloofsgemeenschap. Regionale of nationale structuren worden maar nauwelijks beïnvloed. Hierdoor is de geboden ontwikkeling vaak weinig structureel.
More

Samenwerken

Als je samenwerkt met fbo's, moet je oog hebben voor zowel de negatieve als de positieve kanten van een religieuze organisatie. Volgens Henk Tieleman en Ward Berenschot kun je beide kanten niet los van elkaar zien. Een belangrijke reden hiervoor is dat er voortdurend religieuze machtsverhoudingen in het spel zijn. Omdat religie nauw verbonden is met andere terreinen in het maatschappelijk leven, spelen die machtsverhoudingen niet alleen een rol binnen de religieuze gemeenschap, maar in de hele samenleving.

Bovendien is het belangrijk goed af te wegen met welke organisatie je samenwerkt. Je blikveld kan namelijk vernauwen als je je bijvoorbeeld alleen richt op gematigde religieuze stromingen. Je loopt dan het gevaar om grote groepen te negeren. Tieleman en Berenschot adviseren om je niet te laten afschrikken door orthodoxe stromingen of organisaties. Want, betogen zij, op het moment dat jij die ingang niet pakt, doen fundamentalistische groepen dat wel. [8]

More

"Als Nederlandse ontwikkelingsorganisatie neem je altijd een politieke rol in. Die rol wordt groter naarmate je je beperkt tot bepaalde religieuze groeperingen. Daar moet je erg mee uitkijken. In Syrië wonen bijvoorbeeld veel Irakese vluchtelingen. Dit zijn naar verhouding vrij vaak christenen. Zij zitten in een moeilijk pakket: ze kunnen niet terug naar Irak, maar de vraag is waarheen dan wel.

Wat kunnen Syrische kerken doen die noodhulp bieden? Zij doen wel wat voor moslims, maar ze kunnen niet hun programma's uitvoeren voor dertig moslims en vier christenen. Dan zullen moslimpartijen hen namelijk in de schoenen schuiven dat ze aan het bekeren zijn. Maar als ze zich richten op vier moslims en dertig christenen, krijgen ze weer het verwijt van westerse donoren dat ze zich alleen om hun eigen club bekommeren. Het is een duivels dilemma. Een Nederlandse donororganisatie moet dus op eieren lopen. Maar ben je dan nog wel bezig met waar het om gaat?

Je wilt opkomen voor gediscrimineerde minderheden en steunt een bepaalde groep die je vooruit wilt helpen. Maar als het om religie gaat, blijkt de praktijk complex."

(Kerk in Actie-medewerker)

Wil je ongewenste situaties vermijden, verzamel dan voldoende informatie. Dit kun je bijvoorbeeld doen bij:

  • De organisatie zelf: ga na welke religieuze ideeën er leven en wie deze als obstakel ervaren. Vraag ook naar de mening van je samenwerkingspartner als je met een lastige situatie wordt geconfronteerd.

  • Lokale of regionale academici: een gezamenlijke intellectuele inspanning kan veel verhelderen en kan een betere basis vormen voor nieuwe beslissingen.

  • Stimuleer samenwerking binnen netwerken van religieuze organisaties en leiders. Door samen te werken, worden ze verplicht om over bepaalde onderlinge verschillen heen te komen.
More
More

"In 2006 was ik in Azië bij onze partnerconferentie van het programma Democratie en Vredesopbouw. Toen ik onze partners daar bij elkaar zag, dacht ik: die zijn allemaal geselecteerd zodat wij er gezellig bier mee kunnen drinken. Maar wat stellen deze geseculariseerde moslims voor in deze samenleving? Zijn zij representatief? Ik heb daar geen antwoord op, maar het zijn wel belangrijke vragen. Onze partners sluiten goed aan bij ónze organisatie en medewerkers, maar waarschijnlijk niet bij de doelgroepen in hún samenleving.

Het proces van partnerkeuze is volgens mij vrij ondoorzichtig. Eigenlijk is het cruciaal om vooraf te bedenken wat we willen met een partner en wie of wat hij moet vertegenwoordigen. Op die conferentie was maar één praktiserende moslim aanwezig, de anderen waren seculier. Terwijl seculiere moslims in dat land nauwelijks voorkomen.

Een ander voorbeeld is dat van de African Independent Churches. Wij hebben daar jarenlang niets mee gedaan, maar zij zijn in Oost-Afrika heel belangrijk. Een groot deel van de bevolking gaat naar zo'n kerk. Die kerken doen dingen die wij misschien minder leuk vinden, zoals duiveluitdrijving. Dat neemt niet weg dat we ons moeten afvragen hoe wij ons moeten opstellen. Ik heb in dat soort kerken bizarre dingen meegemaakt, maar de helft van het dorp deed er wel aan mee. Sluiten we aan bij wat de mensen daar belangrijk vinden? Of vertellen we hen wat wij zelf leuk vinden en waarderen? De afweging is lastig, maar je moet er wel iets mee."

(ICCO-medewerker)

Of Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zich nu bezighouden met noodhulp, dienstverlening, gemeenschapsopbouw, vredesopbouw of democratisering, een van de centrale vragen luidt: met wie werken we samen? Wiens projecten ondersteunen we wel en wiens projecten niet?

Er bestaat geen eenduidig antwoord op de vraag of fbo's in het Zuiden geschikte partnerorganisaties zijn. Zij zijn er immers in alle soorten en maten. Ze variëren in doelstellingen, professionaliteit, maar ook in draagvlak bij de doelgroepen.

Door naar Hoofdstuk IV.1a. Partnerschap met kerken?

Reacties

  • Geen reacties gevonden

    Geef uw reactie


     




    * Verplichte velden