Handreikingen voor de praktijk

III.1a. Specifieke contextanalyse: drivers of change-benadering

Vorige paragraaf                                                             Volgende paragraaf

 
More

Uit bovenstaande casus blijkt hoe belangrijk het is om voldoende aandacht te besteden aan alle aspecten van religie die een rol spelen in de contextanalyse. In een goede contextanalyse breng je de sociale, politieke en economische situatie van een land en de relevante netwerken in kaart. Je onderzoekt ook religie (ideeën, ervaringen, praktijken, organisaties). Hierbij kijk je niet alleen naar de positieve werking van religieuze factoren en actoren, zoals de bijdrage aan het behalen van een ontwikkelingsdoelstelling, maar ook naar de remmende werking.

Door naar Hoofdstuk III.1. De contextanalyse

Met een contextanalyse maak je een inschatting welke processen plaatsvinden in een samenleving, zodat je daar goed op in kunt spelen. Vaak blijft de aandacht voor religie in contextanalyses beperkt tot het in kaart brengen van de religieuze actoren. De waarde van religieuze gemeenschappen of ideeën wordt doorgaans niet expliciet besproken. Het betrekken van religieuze ervaringen, ideeën en praktijken in de contextanalyse is om een aantal redenen niet eenvoudig: 

  • Het is lastig om grip te krijgen op een veelomvattend en abstract onderwerp als religie. In dit praktijkboek bieden we een handvat door religie als maatschappelijk fenomeen te benoemen, bestaande uit vier religious resources: religieuze ideeën, praktijken, ervaringen en organisaties.

  • Het is niet eenvoudig om met partners of anderen te praten over religie. Daarvoor is vertrouwen nodig.

  • Zowel voor het opdoen van voldoende kennis als het verkrijgen van een vertrouwensband met de partners is tijd nodig.

  • De mogelijkheden om kennis op te doen over religie zijn vaak beperkt, bijvoorbeeld doordat je de taal niet spreekt.

     
  • Het is niet eenvoudig vast te stellen wanneer je voldoende kennis van religie hebt opgedaan voor een gefundeerde contextanalyse.

  • Het thema religie komt vaak niet terug in een ontwikkelingsprogramma en de bijbehorende evaluatiesystemen.

Het verwerven van kennis is belangrijk voor een goede contextanalyse. In dit hoofdstuk volgen een aantal vragen die kunnen helpen bij het begrijpen van de rol, reikwijdte en relevantie van een fbo. Niet iedere vraag zul je direct kunnen stellen, bijvoorbeeld als het gaat om gevoelige zaken zoals machtsmisbruik of corruptie. Uiteraard zijn lokale informatiebronnen cruciaal. Zij zijn bekend met de plaatselijke gebruiken.

Door naar Hoofdstuk III.1a. Specifieke contextanalyse: drivers of change-benadering

Drivers of change zijn structuren, instituties en actoren binnen een samenleving die van invloed zijn op ontwikkeling. Ook de religious resources (religieuze organisaties, ideeën, praktijken en ervaringen) kunnen drivers of change zijn.
De drivers of change-benadering veronderstelt dat een ontwikkelingsorganisatie een specifieke contextanalyse maakt voordat ze van start gaat met een project of een samenwerking aangaat met een partnerorganisatie. In deze contextanalyse moet de organisatie de drivers of change benoemen.

Binnen deze benadering moet aandacht zijn voor religious resources. Deze aandacht moet zich primair richten op religieuze organisaties en leiders. Zij weten doorgaans tenslotte goed wat er leeft onder de bevolking en genieten bovendien het vertrouwen van de mensen. [1]
Religieuze of religieus geïnspireerde organisaties verlenen soms ook diensten op terreinen als onderwijs en gezondheidszorg (service delivery). Als hun ontwikkelingsdoelen overeenstemmen met die van je eigen organisatie, kun je er prima mee samenwerken. Dit kan een pragmatische afweging zijn: religie hoeft voor de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie nauwelijks een rol te spelen, terwijl dat voor de betreffende religieuze actoren misschien anders ligt.

De aandacht moet zich ook richten op religieus geïnspireerde ideeën over de samenleving, de natuur en de mens. Soms zullen deze ideeën bijdragen aan de ontwikkelingsdoelstellingen, bijvoorbeeld waar het gaat om de menselijke waardigheid, gemeenschapszin, solidariteit en rechtvaardigheid. Soms zijn er ook spanningen, zoals rondom mensenrechten, hiv/aids, de waarde van de eigen cultuur of de waarde van niet-menselijk leven. Deze religieus geïnspireerde ideeën liggen niet voor altijd vast, maar zijn voortdurend in beweging. Tegelijk hebben zowel fundamentalistische stromingen als radicale critici echter de neiging om religieus geïnspireerde ideeën terug te brengen tot hun vermeende essenties.

Religieuze praktijken en ervaringen kunnen ook een stimulans voor ontwikkeling zijn. In de praktijk worden deze echter zelden als drivers of change onderkend. Ze laten zich nauwelijks gebruiken als instrument voor (extern vastgestelde) ontwikkelingsdoelstellingen. Voor zover ze in beeld komen, worden ze vaker beschouwd als belemmering dan als stimulans voor ontwikkeling, bijvoorbeeld in het geval van proselitisme.

Door naar Hoofdstuk III.1b. Algemene aanbevelingen uit de praktijk

Reacties

  • Geen reacties gevonden

    Geef uw reactie


     




    * Verplichte velden