Handreikingen voor de praktijk
III.1a. Specifieke contextanalyse: drivers of change-benadering
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
Religie in context: de bestrijding van hiv/aids
"In Afrika wordt niemand zomaar ziek: het is hem of haar aangedaan; het is een straf of veel vergelding", zegt de Nederlandse arts en epidemioloog David Warndorff in een artikel in Trouw. "In Afrika worden ziektes of vroegtijdige dood in verband gebracht met het overschrijden van grenzen, met schuld en nalatigheid, en daardoor met afgunst en toverij. Aids is een ziekte waar dit verband bij uitstek wordt gelegd. Door de langdurige incubatietijd gaan er jaren voorbij tussen infectie en ziekte, en is de samenhang tussen (biologische) oorzaak en gevolg volledig zoek, waardoor alle ruimte wordt gelaten voor bovennatuurlijke verklaringen."
Volgens Warndorff kan iedere arts die in Afrika heeft gewerkt, bevestigen dat patiënten een succesvolle medische behandeling van hun ziekten zien als een soort symptoombestrijding, of het nu gaat om hersenmalaria, longontsteking of een ontstoken blindedarm. Na ontslag zullen ze, hoewel kerngezond, alsnog de medicijnman bezoeken om de 'echte' oorzaak van de ziekte vast te stellen en te laten 'behandelen'.
Dit inzicht is lange tijd niet of maar zeer beperkt doorgedrongen tot de meeste professionals op het gebied van aidsbestrijding in Afrika, stelt Warndorff in het artikel. Veel experts zien het politieke wanbeleid van Afrikaanse regeringen als een belangrijke bijdrage aan het hiv/aids-probleem. Inmiddels zijn de meeste mensen in Afrika dankzij voorlichting op de hoogte van het bestaan van het hiv-virus en hoe dit aids veroorzaakt. Ze weten ook hoe je besmet raakt en hoe je dit kunt voorkomen.
Zoals men zou mogen verwachten, is die kennis groter naarmate het opleidingsniveau hoger is. Het opmerkelijke is echter dat de kans dat mensen besmet raken óók toeneemt met het opleidingsniveau. Beroepsgroepen die sinds het begin van de epidemie uitstekend geïnformeerd zijn en relatief eenvoudig aan condooms kunnen komen, behoren tot de zwaarst getroffen groepen. Hier is dus iets aan de hand.
Het punt is dat het virus voor de Afrikaan eigenlijk een ondergeschikte rol speelt. De grote vraag voor hem is niet waardoor, maar waarom sommige mensen het virus wel krijgen en anderen niet. Hij weet heel goed waardoor de ziekte wordt veroorzaakt, maar zijn eigenlijke vraag is: om welke reden krijg ik die ziekte? Waarom heb ík symptomen die er op wijzen dat ik besmet ben en mijn buurman niet, terwijl hij nog meer seksuele partners heeft dan ik? Wat heb ik gedaan dat het virus naar mij is gestuurd en niet naar hem? Welke rekening wordt hier vereffend? Wie heeft mij behekst? Het virus is, met andere woorden, niet meer dan een (biologisch) intermediair binnen een veel groter krachtenspel. De oorzaken worden niet gerelateerd aan risicovol gedrag - want risico's zijn er overal en altijd - maar worden gezien als reactie op slechte daden in het verleden.
Warndorff stelt in zijn artikel dat de Afrikaanse aidsproblematiek in de eerste plaats te maken heeft met culturele factoren, met name afgunst en toverij. Maar juist die factoren laten hulpverleners en andere experts buiten beschouwing.
Ook kent de Afrikaanse cultuur een aantal opvattingen en gebruiken die de snelle verspreiding van het virus in de hand werken. Zo kent men aan seks een veel belangrijker rol toe dan in de westerse samenleving. Seks is essentieel voor een goede gezondheid, zowel voor mannen als voor vrouwen.
"Er voltrekt zich in Afrika een menselijke tragedie van ongekende afmetingen. Het is om te huilen dat wij daar, ondanks vele inspanningen en aanzienlijke sommen geld, vrijwel geen enkele invloed op hebben weten uit te oefenen. Ik ben bang dat dit komt doordat wij de belangrijkste onderliggende oorzaken van de epidemie niet in de bestrijdingsactiviteiten hebben betrokken. Ik ben ook bang dat wij over tien jaar hetzelfde zullen zeggen van de nu voorgestane strategie: het toedienen van aidsremmers. Tenzij we nu eerst eens goed gaan nadenken", aldus Warndorff.
Uit bovenstaande casus blijkt hoe belangrijk het is om voldoende aandacht te besteden aan alle aspecten van religie die een rol spelen in de contextanalyse. In een goede contextanalyse breng je de sociale, politieke en economische situatie van een land en de relevante netwerken in kaart. Je onderzoekt ook religie (ideeën, ervaringen, praktijken, organisaties). Hierbij kijk je niet alleen naar de positieve werking van religieuze factoren en actoren, zoals de bijdrage aan het behalen van een ontwikkelingsdoelstelling, maar ook naar de remmende werking.
Door naar Hoofdstuk III.1. De contextanalyse
Met een contextanalyse maak je een inschatting welke processen plaatsvinden in een samenleving, zodat je daar goed op in kunt spelen. Vaak blijft de aandacht voor religie in contextanalyses beperkt tot het in kaart brengen van de religieuze actoren. De waarde van religieuze gemeenschappen of ideeën wordt doorgaans niet expliciet besproken. Het betrekken van religieuze ervaringen, ideeën en praktijken in de contextanalyse is om een aantal redenen niet eenvoudig:
- Het is lastig om grip te krijgen op een veelomvattend en abstract onderwerp als religie. In dit praktijkboek bieden we een handvat door religie als maatschappelijk fenomeen te benoemen, bestaande uit vier religious resources: religieuze ideeën, praktijken, ervaringen en organisaties.
- Het is niet eenvoudig om met partners of anderen te praten over religie. Daarvoor is vertrouwen nodig.
- Zowel voor het opdoen van voldoende kennis als het verkrijgen van een vertrouwensband met de partners is tijd nodig.
- De mogelijkheden om kennis op te doen over religie zijn vaak beperkt, bijvoorbeeld doordat je de taal niet spreekt.
- Het is niet eenvoudig vast te stellen wanneer je voldoende kennis van religie hebt opgedaan voor een gefundeerde contextanalyse.
- Het thema religie komt vaak niet terug in een ontwikkelingsprogramma en de bijbehorende evaluatiesystemen.
Het verwerven van kennis is belangrijk voor een goede contextanalyse. In dit hoofdstuk volgen een aantal vragen die kunnen helpen bij het begrijpen van de rol, reikwijdte en relevantie van een fbo. Niet iedere vraag zul je direct kunnen stellen, bijvoorbeeld als het gaat om gevoelige zaken zoals machtsmisbruik of corruptie. Uiteraard zijn lokale informatiebronnen cruciaal. Zij zijn bekend met de plaatselijke gebruiken.
Door naar Hoofdstuk III.1a. Specifieke contextanalyse: drivers of change-benadering
Drivers of change zijn structuren, instituties en actoren binnen een samenleving die van invloed zijn op ontwikkeling. Ook de religious resources (religieuze organisaties, ideeën, praktijken en ervaringen) kunnen drivers of change zijn.
De drivers of change-benadering veronderstelt dat een ontwikkelingsorganisatie een specifieke contextanalyse maakt voordat ze van start gaat met een project of een samenwerking aangaat met een partnerorganisatie. In deze contextanalyse moet de organisatie de drivers of change benoemen.
Binnen deze benadering moet aandacht zijn voor religious resources. Deze aandacht moet zich primair richten op religieuze organisaties en leiders. Zij weten doorgaans tenslotte goed wat er leeft onder de bevolking en genieten bovendien het vertrouwen van de mensen. [1]
Religieuze of religieus geïnspireerde organisaties verlenen soms ook diensten op terreinen als onderwijs en gezondheidszorg (service delivery). Als hun ontwikkelingsdoelen overeenstemmen met die van je eigen organisatie, kun je er prima mee samenwerken. Dit kan een pragmatische afweging zijn: religie hoeft voor de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie nauwelijks een rol te spelen, terwijl dat voor de betreffende religieuze actoren misschien anders ligt.
De aandacht moet zich ook richten op religieus geïnspireerde ideeën over de samenleving, de natuur en de mens. Soms zullen deze ideeën bijdragen aan de ontwikkelingsdoelstellingen, bijvoorbeeld waar het gaat om de menselijke waardigheid, gemeenschapszin, solidariteit en rechtvaardigheid. Soms zijn er ook spanningen, zoals rondom mensenrechten, hiv/aids, de waarde van de eigen cultuur of de waarde van niet-menselijk leven. Deze religieus geïnspireerde ideeën liggen niet voor altijd vast, maar zijn voortdurend in beweging. Tegelijk hebben zowel fundamentalistische stromingen als radicale critici echter de neiging om religieus geïnspireerde ideeën terug te brengen tot hun vermeende essenties.
Religieuze praktijken en ervaringen kunnen ook een stimulans voor ontwikkeling zijn. In de praktijk worden deze echter zelden als drivers of change onderkend. Ze laten zich nauwelijks gebruiken als instrument voor (extern vastgestelde) ontwikkelingsdoelstellingen. Voor zover ze in beeld komen, worden ze vaker beschouwd als belemmering dan als stimulans voor ontwikkeling, bijvoorbeeld in het geval van proselitisme.
Door naar Hoofdstuk III.1b. Algemene aanbevelingen uit de praktijk
Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie