Handreikingen voor de praktijk
Betekent een religieuze identiteit ook een andere benadering en doelgroep?
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
"A faith-based organisation is any organisation that derives inspiration and guidance for its activities from the teachings and principles of the faith or from a particular interpretation or school of thought within that faith,"
aldus Gerard Clarke en Michael Jennings (beiden docerend aan de Swansea University, Engeland). [8]
"Geld, tovermiddel of gif van de hulp"
Volkskrantjournalist Wim Bossema tekende onderstaande dialoog op van het echtpaar Jolke Oppewal en Henny Slegh. Beiden werken aan armoedebestrijding en ontwikkeling in Mozambique. Oppewal gaat als sectordeskundige economie op de Nederlandse ambassade in Maputo over het in goede banen leiden van de Nederlandse begrotingssteun. Slegh adviseert als psychologe de armsten om beter gebruik te maken van diensten van de overheid.
Het gesprek gaat over donaties als vorm van ontwikkelingssamenwerking en over corruptie. Beiden zijn het erover eens dat corruptie overal om hen heen is. Ze verschillen van mening over de aanpak. Dit heeft te maken met een verschil in inzicht over de rol van spiritualiteit in de samenleving.
(...)
Slegh: "Maar je stopt er [via Nederlandse begrotingssteun] een grote zak geld in. En je ziet niet wat ermee gebeurt, daar moet je als burger maar vertrouwen in hebben."
Oppewal: "Niet zomaar. Het is hetzelfde als met het belastinggeld of de ambtenarensalarissen: het parlement kijkt erop toe. De bevindingen van de rekenkamer zijn tegenwoordig uitvoerig en staan op internet. Uiteindelijk moeten niet wij de corruptie bestrijden maar de Mozambikanen."
Slegh: "Dan blijft toch de brandende vraag: de mensen met wie ik werk geloven daar niet in. (...). Ze zeggen hier: Geef je de ambtenaren nog meer geld om met hun familie van te eten? Jullie in die vergaderzalen vergeten de cultuur, de hele geestenwereld - die zo belangrijk is voor de meeste Mozambikanen - alsof die niet bestaat, geen rol speelt. Terwijl de burgers zich daardoor meer laten leiden dan door overheidsbeleid."
Oppewal: "Ik denk niet dat de spirituele beleving niet bestaat, maar wel dat die een kleinere rol speelt dan velen denken. Maar het is waar dat op het hoge niveau weinig voeling bestaat met de spirituele kanten. Zoals vandaag, toen we een contract voor twee miljoen euro begrotingssteun tekenden, ging niemand dansend en klappend door de zaal."
Slegh: "Wat mij is opgevallen in Mozambique is hoe belangrijk de cultuur is. Hoe mensen informatie verwerken is zo anders dan bij ons. Hun kijk op de wereld is holistisch. Ze denken niet in oorzaak en gevolg, maar rond, in cirkels. Je moet de familieleden in het leven onderhouden, maar ook de familiegeesten van de voorouders. Als deze geesten zich tegen je keren, loop je risico's op ongeluk. Het spirituele leven is zo belangrijk, iedereen, van hoog tot laag, raadpleegt een geestenbezweerder om geluk en voorspoed af te dwingen. Als je in een samenleving wilt interveniëren, kun je daar niet omheen. Het verbaast me hoe het wereldje van de ontwikkelingshulp steeds maar weer met westerse ideeën en modellen komt aanzetten."
Oppewal: "Je moet natuurlijk wel onderscheid maken tussen Mozambikaanse burgers en instanties. Wij als buitenlanders hoeven ook niet alles te begrijpen, als we maar zoveel mogelijk aan hen overlaten. Ik geloof wel dat ik best met iemand wiens spirituele drijfveren ik niet helemaal kan volgen, een goed gesprek kan hebben over hoe je ontwikkeling tot stand brengt en welke rol de staat daarbij kan spelen."
Slegh: "Toch vind ik dat donoren een gebrek aan kennis hebben hoe die overheid met haar ambtenaren functioneert. Ze komen hier steeds met een batterij deskundigen en ontwikkelingswerkers, die al die tradities en geesten eng en gek vinden. Hoe ga je dan met elkaar om?"
Oppewal: "Op het moment dat de overheid alleen maar vriendjespolitiek is, overschrijd je een grens: dan moet je stoppen met geldelijke steun aan de regering. Maar de overheid in Mozambique is misschien nog zwak, maar niet ingestort, integendeel het gaat redelijk goed met de economie. De overheid is in staat het onderwijs en de gezondheidszorg overeind te houden en te verbeteren. Ik geloof vast dat een samenleving gediend is met een overheid die functioneert."
Bovenstaande dialoog laat zien hoe twee Nederlandse ontwikkelingsprofessionals kunnen verschillen in hun visie op religie en spiritualiteit in een samenleving. Waar de een betoogt dat spiritualiteit een rol speelt in alle lagen en facetten van de samenleving, denkt de ander dat dit afhankelijk is van plaats en context waarin wordt (samen)gewerkt. Als we aan hen zouden vragen hoe zij religie en spiritualiteit zouden definiëren, zouden ze waarschijnlijk twee verschillende antwoorden geven.
Hebben fbo's een andere kijk op wat ontwikkeling is? Bewandelen zij een ander pad in hun streven naar ontwikkeling?
Laten we voorop stellen dat fbo's geen (alternatieve) blauwdruk voor ontwikkeling hebben. Dergelijke blauwdrukken bestaan hoe dan ook niet. En hoewel de religieus geïnspireerde motivatie van medewerkers van ontwikkelingsorganisaties - in ieder geval voor henzelf - van belang kan zijn, betekent dat niet dat de motivatie van seculiere collega's in twijfel getrokken moet worden of dat hun inzet minder of geen resultaat zou opleveren. Daarnaast bestaan er ook fbo's die in allerlei gradaties van proselitisme (opdringerige bekering) een religieuze agenda willen uitdragen.
Er bestaat een grote variëteit aan fbo's. De mate waarin een organisatie religieus geïnspireerd is, verschilt per organisatie. Om de nuances te verduidelijken, verdelen de theoloog Ronald Sider en Heidi Unruh fbo's in verschillende categorieën: [9]
- Faith-permeated: dit zijn organisaties die de religieuze dimensie centraal stellen, zowel in de organisatie als in de projecten.
- Faith-centered: deze organisaties bieden religieuze activiteiten en laten zich leiden door een religieuze instelling. Ze laten de keuze om wel of niet mee te doen aan religieuze projecten echter aan de participanten.
- Faith-affiliated: deze organisaties zijn beïnvloed door de religieuze achtergrond van de oprichters, maar verwachten niet per se dezelfde religieuze instelling van andere werknemers of participanten.
- Faith-background: op het eerste oog lijken deze organisaties seculier, maar ze hebben historische banden met een bepaalde religieuze traditie.
- Faith-secular partnerships: dit is een samenwerkingsverband tussen een seculiere organisatie en een fbo. De leiding, de organisatie en de projecten hebben zowel seculiere als religieuze aspecten in zich.
- Secular ngo's: deze organisaties hebben geen religieuze kenmerken in hun organisatie, leiderschap, missie of projecten.
De religieuze identiteit van een organisatie kan bij sommige onderdelen variëren. De Britse onderzoeker Rick James onderscheidt tien verschillende onderdelen: [10]
- lidmaatschap en bestuur;
- de waarden en motivatie van de medewerkers;
- de missie;
- de ideeën over ontwikkeling(ssamenwerking);
- het al dan niet overbrengen van religie in programma's;
- keuze van belanghebbenden en partners;
- medewerkers en leiderschap;
- de wijze waarop de organisatie draait;
- kiesdistrict en inkomstenbronnen;
- externe relaties.
In hoeverre een fbo aan deze onderdelen een meer of minder religieuze invulling geeft, hangt af van de categorie waartoe de organisatie behoort. Zo kan een faith-affiliated organisatie bijvoorbeeld terughoudend zijn bij het opnemen van religie in de missie van de organisatie. Een faith-permeated organisatie kan er voor kiezen slechts relaties aan te gaan met partners met dezelfde religieuze achtergrond.
Ook de context waarin je werkt, is bepalend voor de mate waarin je je profileert als religieuze organisatie. In veel landen is religie onderdeel van een politiek steekspel. Een organisatie dient haar eigen belangen dan onvoldoende als ze zich expliciet kenbaar maakt als religieus. Een Indiase partnerorganisatie van ICCO en Kerk in Actie profileert zich bijvoorbeeld bewust niet als christelijk. Zij doet dit om weerstand te vermijden. Iets vergelijkbaars is het geval wanneer Cordaid in Afghanistan werkt. De organisatie profileert zich daar niet expliciet als katholiek in het belang van de islamitische partnerorganisaties. Deze werken namelijk onder hoge veiligheidsrisico's in uiterst gespannen religieuze en politieke omstandigheden.
Door naar Hoofdstuk 3. Ken je context

Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie