Handreikingen voor de praktijk
II. Definities en begrippen
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
"Geld, tovermiddel of gif van de hulp"
Volkskrantjournalist Wim Bossema tekende onderstaande dialoog op van het echtpaar Jolke Oppewal en Henny Slegh. Beiden werken aan armoedebestrijding en ontwikkeling in Mozambique. Oppewal gaat als sectordeskundige economie op de Nederlandse ambassade in Maputo over het in goede banen leiden van de Nederlandse begrotingssteun. Slegh adviseert als psychologe de armsten om beter gebruik te maken van diensten van de overheid.
Het gesprek gaat over donaties als vorm van ontwikkelingssamenwerking en over corruptie. Beiden zijn het erover eens dat corruptie overal om hen heen is. Ze verschillen van mening over de aanpak. Dit heeft te maken met een verschil in inzicht over de rol van spiritualiteit in de samenleving.
(...)
Slegh: "Maar je stopt er [via Nederlandse begrotingssteun] een grote zak geld in. En je ziet niet wat ermee gebeurt, daar moet je als burger maar vertrouwen in hebben."
Oppewal: "Niet zomaar. Het is hetzelfde als met het belastinggeld of de ambtenarensalarissen: het parlement kijkt erop toe. De bevindingen van de rekenkamer zijn tegenwoordig uitvoerig en staan op internet. Uiteindelijk moeten niet wij de corruptie bestrijden maar de Mozambikanen."
Slegh: "Dan blijft toch de brandende vraag: de mensen met wie ik werk geloven daar niet in. (...). Ze zeggen hier: Geef je de ambtenaren nog meer geld om met hun familie van te eten? Jullie in die vergaderzalen vergeten de cultuur, de hele geestenwereld - die zo belangrijk is voor de meeste Mozambikanen - alsof die niet bestaat, geen rol speelt. Terwijl de burgers zich daardoor meer laten leiden dan door overheidsbeleid."
Oppewal: "Ik denk niet dat de spirituele beleving niet bestaat, maar wel dat die een kleinere rol speelt dan velen denken. Maar het is waar dat op het hoge niveau weinig voeling bestaat met de spirituele kanten. Zoals vandaag, toen we een contract voor twee miljoen euro begrotingssteun tekenden, ging niemand dansend en klappend door de zaal."
Slegh: "Wat mij is opgevallen in Mozambique is hoe belangrijk de cultuur is. Hoe mensen informatie verwerken is zo anders dan bij ons. Hun kijk op de wereld is holistisch. Ze denken niet in oorzaak en gevolg, maar rond, in cirkels. Je moet de familieleden in het leven onderhouden, maar ook de familiegeesten van de voorouders. Als deze geesten zich tegen je keren, loop je risico's op ongeluk. Het spirituele leven is zo belangrijk, iedereen, van hoog tot laag, raadpleegt een geestenbezweerder om geluk en voorspoed af te dwingen. Als je in een samenleving wilt interveniëren, kun je daar niet omheen. Het verbaast me hoe het wereldje van de ontwikkelingshulp steeds maar weer met westerse ideeën en modellen komt aanzetten."
Oppewal: "Je moet natuurlijk wel onderscheid maken tussen Mozambikaanse burgers en instanties. Wij als buitenlanders hoeven ook niet alles te begrijpen, als we maar zoveel mogelijk aan hen overlaten. Ik geloof wel dat ik best met iemand wiens spirituele drijfveren ik niet helemaal kan volgen, een goed gesprek kan hebben over hoe je ontwikkeling tot stand brengt en welke rol de staat daarbij kan spelen."
Slegh: "Toch vind ik dat donoren een gebrek aan kennis hebben hoe die overheid met haar ambtenaren functioneert. Ze komen hier steeds met een batterij deskundigen en ontwikkelingswerkers, die al die tradities en geesten eng en gek vinden. Hoe ga je dan met elkaar om?"
Oppewal: "Op het moment dat de overheid alleen maar vriendjespolitiek is, overschrijd je een grens: dan moet je stoppen met geldelijke steun aan de regering. Maar de overheid in Mozambique is misschien nog zwak, maar niet ingestort, integendeel het gaat redelijk goed met de economie. De overheid is in staat het onderwijs en de gezondheidszorg overeind te houden en te verbeteren. Ik geloof vast dat een samenleving gediend is met een overheid die functioneert."
Bovenstaande dialoog laat zien hoe twee Nederlandse ontwikkelingsprofessionals kunnen verschillen in hun visie op religie en spiritualiteit in een samenleving. Waar de een betoogt dat spiritualiteit een rol speelt in alle lagen en facetten van de samenleving, denkt de ander dat dit afhankelijk is van plaats en context waarin wordt (samen)gewerkt. Als we aan hen zouden vragen hoe zij religie en spiritualiteit zouden definiëren, zouden ze waarschijnlijk twee verschillende antwoorden geven.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie