Handreikingen voor de praktijk

II.2 Centrale begrippen en kenmerken

Vorige paragraaf                                                             Volgende paragraaf

More

Koran, hadîth en soenna

Moslims geloven dat de islam altijd heeft bestaan en dat hun religie geleidelijk aan het mensdom is geopenbaard door een aantal profeten. De uiteindelijke en volledige openbaring van het geloof werd in de zevende eeuw gedaan aan de profeet Mohammed (571-632). Op een nacht in het jaar 610 werd Mohammed, terwijl hij aan het mediteren was in een berggrot, bezocht door de aartsengel Gabriël. Deze droeg hem op te reciteren. Gedurende 22 jaar ontving Mohammed zijn openbaringen. Deze werden door hem hardop gereciteerd, waarna ze mondeling werden doorgegeven door zijn metgezellen. De Koran is de schriftelijke weergave van de openbaringen. Een moslim beschouwt de Koran als de woordelijke openbaring van Allah.

More

Geloofsartikelen

De geloofsleer van moslims wordt samengevat in vijf (of zes) geloofsartikelen. Een moslim dient te geloven in:

  • De eenheid van Allah (tawhied): Allah is de enige Schepper en onderhouder van het universum en heeft leven en dood van alle schepselen in zijn macht.

  • De engelen van Allah: volgens de Koran zijn engelen geschapen uit licht. Ze zijn zo talrijk dat alleen Allah hun precieze aantal kent. Ze hebben geen nakomelingen en zijn mannelijk noch vrouwelijk. Ze functioneren als boodschappers tussen Allah, zijn profeten en zijn dienaren. Volgens de hadîth noteren engelen de daden van ieder mens.

  • De geopenbaarde boeken: Allah heeft in de loop der geschiedenis twee soorten heilige teksten geopenbaard aan de mensheid: boeken (kutub) en de kleinere boekrollen (sûhuf). Men gelooft dat meer dan honderd werken zijn geopenbaard. Vier hiervan zijn volgens de islam bewaard gebleven. Deze worden in de Koran bij name genoemd: de Thora, gegeven aan Musa (Mozes); de Psalmen van Dawoed (David); het Evangelie, geopenbaard aan Isa (Jezus); de Koran, geopenbaard aan Mohammed. Voor moslims is dit de laatste en definitieve openbaring, de bron van volmaakte waarheid.

  • De boodschappers en profeten van Allah: zij zijn aangesteld om de inhoud van de geopenbaarde boeken over te brengen aan alle mensen. Moslims beschouwen Mohammed als laatste boodschapper en profeet van Allah en bovendien als de grootste van alle profeten.

  • De Wederopstanding en de Dag des Oordeels aan het einde der tijden: in de hadîth wordt verhaald hoe de zonde op aarde zal toenemen, waardoor de Dag des Oordeels naderbij komt. Op deze dag zullen alle mensen worden beoordeeld op hun oprechte berouw en goede daden. Die worden afgemeten aan de mate waarin ze Allahs wet (de shari'a) hebben nageleefd. Bij een goed oordeel belanden de mensen in de hemel, anders in de hel.

  • De voorbeschikking van Allah of het geloof in Allahs besluiten: de Koran benadrukt dat Allah alles bepaalt: de hele Schepping, verleden, heden en toekomst. Velen interpreteren dit als de voorbeschikking van Allah. Dit laatste artikel staat echter ter discussie bij sommige islamitische geleerden. Door sommige groeperingen binnen de islam wordt het daarom weggelaten.
More

Islamitische wetgeving en wetscholen

De islamitische wet is gebaseerd op vier bronnen. De Koran en de hadîth vormen de eerste twee bronnen. De derde wetsbron is de overeenstemming van geleerden (ulama) over een bepaalde rechtsregel (ijmâ). De vierde wetsbron is de redenering naar analogie (qiyâs). Menselijk handelen wordt beoordeeld aan de hand van een schaal van vijf categorieën: verboden (harâm), afkeurenswaardig (makrûh), neutraal (mubâh), aanbevolen (sunna), verplicht (wajib/fars).

De Koran is dus de eerste, maar niet de enige bron waarop het islamitische recht is gebaseerd. Met name door de laatste twee bronnen (ijmâ en qiyâs) kan de islamitische wet zich voor een deel aanpassen aan veranderende omstandigheden. In de loop van de geschiedenis is een enorme verzameling uitspraken en verhandelingen ontstaan aangaande regels en bepalingen. De islamitische wetenschappen die zich hiermee bezighouden, zijn de fiqh en de usûl al fiqh (bronnen van het recht).  

Shari'a
Shari'a en islamitische wetgeving (fiqh) duiden niet op hetzelfde, leggen de onderzoekers Dalia Mogamed en John Esposito uit:

"Je zou de shari'a kunnen opvatten als een kompas (Allahs openbaring, grondbeginselen die altijd gelden en niet veranderen) en de islamitische wetgeving (fiqh) als een kaart. De kaart moet in overeenstemming zijn met het kompas, maar is wel afhankelijk van een bepaalde tijd, plaats en locatie. Het kompas is onveranderlijk, de kaart niet.[1]

Veel discussies over religieuze, sociale en politieke hervorming gaan vandaag de dag over wat eeuwig geldig en wat tijdsgebonden is. Welke regels komen direct uit de Koran en de hadîth voort en zijn dus universeel geldig, en welke regels zijn afkomstig van de interpretatie van de openbaring, en dus discutabel?

In de meeste moslimlanden dient de shari'a slechts als één van de bronnen voor de nationale wetgeving en beperkt de shari'a zich tot het persoons- en familierecht en het beheer van religieuze voorzieningen als moskeeën. In een aantal landen (Pakistan, Iran, Saoedi-Arabië, Somalië, Soedan, de noordelijke deelstaten van Nigeria en de Indonesische provincie Atjeh) wordt het strafrecht mede bepaald door de hudud-wetten (strafrechtelijke richtlijnen die letterlijk en eenduidig in de Koran staan en daarom gelden als geopenbaarde wetten).
Actuele discussies in moslimlanden laten zien dat er grote verschillen zijn tussen moslims die vinden dat de shari'a géén rol moet spelen bij het opstellen van wetten, moslims die vinden dat het een bron moet zijn voor nationale wetgeving, en moslims die ervan overtuigd zijn dat de shari'a de enige bron voor wetgeving is.

Ijtihâd en taglid
Een belangrijk vraagstuk in de hedendaagse islam is dat van de ijtihâd. Ijtihâd is de onafhankelijke oordeelsvorming van een wetgeleerde, een (systematische) reflectie op de bronnen van het islamitisch recht. De bedoeling hiervan is juridische regels te kunnen opstellen over zaken waar nog geen duidelijke regels over zijn.

Aan het eind van de negentiende eeuw pleitten islamitische hervormers voor het vaker inzetten van ijtihâd. Op die manier wilden zij de wetgeving aanpassen aan de moderne tijd. Tegenwoordig wordt de term ijtihâd onder soennietische moslims ook wel gebruikt voor zelfstandige oordeelsvorming door individuele gelovigen. Het tegenovergestelde van ijtihad is taqlid, de strikte navolging van eerdere wetgeleerden.

Fatwa
Een fatwa is een niet-bindende uitleg van de islamitische wet, uitgegeven door een gezaghebbende mufti, een islamitische juridische geleerde. Moslims kiezen zelf welke fatwa ze wel of niet toepassen in hun leven.

More

Islamitisch bankieren

Binnen de islam geldt een verbod op het heffen van rente. Men kent daarom het islamitisch bankieren, een banksysteem dat gebruik maakt van een risicodragende belegging met een winst/verliesverdeling. De houders van spaar- en depositorekeningen participeren in middellange- en langetermijnprojecten. In plaats van rente krijgen ze dividend uitbetaald, variërend naar gelang de winst van het project.

Om al te grote schommelingen in de dividenduitkering tegen te gaan, spreiden veel islamitische banken de investeringen over verschillende projecten en smeren ze de winstuitkering uit over meerdere jaren. De winstuitkering komt dan erg dicht in de buurt van normale rente. Islamitische banken zijn een relatief nieuw verschijnsel. De eerste rentevrije banken werden midden jaren zeventig van de twintigste eeuw opgericht. Sindsdien heeft het verschijnsel aan populariteit gewonnen.

Reacties

  • Geen reacties gevonden

    Geef uw reactie


     




    * Verplichte velden