Handreikingen voor de praktijk
I.2b Een antenne voor religie
Vorige paragraaf Volgende paragraaf
Veel ontwikkelingsorganisaties komen voort uit missie en zending. Dergelijke organisaties, die voornamelijk actief zijn geweest in voormalige kolonies, waren van oudsher gewend rekening te houden met religie. De aandacht voor religie in ontwikkelingssamenwerking is tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw echter sterk afgenomen. Dit heeft te maken met de secularisatiethese: de veronderstelling dat religie door modernisering van samenlevingen haar betekenis zou verliezen in het publieke domein. De verwachting was dat mensen - zowel in het Westen als in ontwikkelingslanden - religie op den duur achter zich zouden laten, onder invloed van de ratio, wetenschap en technologie.
Deze secularisatiethese lijkt echter niet bewaarheid. In reactie op modernisering zijn in het Westen juist nieuwe religieuze bewegingen opgekomen. Deze verzetten zich onder andere tegen de door hun gevoelde dreiging dat religie zou worden teruggedrongen naar het privédomein (privatisering).
In ontwikkelingslanden is religie sterk verweven met het publieke en politieke leven, aldus de Amerikaanse ontwikkelingsdeskundige Scott Thomas. Daardoor kan niemand de privatisering van religie waarmaken. Volgens hem kan de secularisatiethese onmogelijk als model fungeren voor ontwikkelingslanden. [1]
Door naar Hoofdstuk I.2a. Op de agenda
Vanzelfsprekend houd je rekening met de religieuze overtuigingen van de islamitische bevolking in Mali wanneer je in hun dorp een onderwijsproject opzet. Ook als je gezondheidsprogramma's uitvoert of voorlichtingscampagnes over hiv/aids opzet, kun je als ontwikkelingswerker niet om religieuze opvattingen heen.
Die aandacht voor religie ligt echter niet altijd voor de hand. Moet je bijvoorbeeld oog hebben voor religie bij het bouwen van huizen na een natuurramp of bij het aanleggen van infrastructuur in een fragiele staat? In zulke situaties kun je verschillende redenen hebben om géén aandacht te besteden aan de rol van religie:
- Je begrijpt de context niet volledig.
- Je beschouwt religie als niet relevant in die situatie.
- Je wilt religie niet expliciet noemen vanwege het gevaar van polarisatie en versterking van een conflict.
- Je wilt niet beticht worden van bekeringsijver.
- Je bent 'allergisch' voor religie.
- Je begint er niet over uit onwetendheid.
- Je hebt van huis uit geen ervaring met religie.
Toch speelt religie in dergelijke situaties vaak wel een rol. Dit praktijkboek legt uit hoe ontwikkelingswerkers oog kunnen krijgen voor de rol van religie en hoe ze hiermee om kunnen gaan.
Deze website biedt de mogelijkheid voor het uitwisselen van ervaringen en het stellen van vragen. Ook bieden we een uitgebreide digitale database aan met recente publicaties op het gebied van religie en ontwikkeling.
Door naar Hoofdstuk I.1. Doel en doelgroep van het praktijkboek
Het thema religie behoeft in de eerste plaats onze professionele aandacht omdat religie nu eenmaal niet weg te denken is uit het dagelijkse leven van een groot aantal mensen elders in de wereld. Religie en religieuze netwerken zijn sterk gegrond in het Zuiden. Zij bereiken mensen van boven tot onder in de samenleving. Talloze religieuze organisaties en gemeenschappen zetten zich in voor het verbeteren van het lot van minderbedeelden. Religie speelt vaak op de een of andere manier een rol in centrale ontwikkelingsthema's, zoals onderwijs, gezondheidszorg, landbouw, economische groei, armoedebestrijding, democratisering en mensenrechten. Soms is deze rol conflictueus en sluit de religie mensen uit op grond van bijvoorbeeld politieke opvattingen of man-vrouwverhoudingen. Religie en macht zijn dan nauw gerelateerd. Soms zorgt religie juist voor harmonie en mobiliseert ze mensen om te zorgen voor hun medemens.
De Britse ontwikkelingseconomen Séverine Deneulin en Masooda Bano bevestigen dat religie in ontwikkelingslanden zo'n belangrijke rol speelt. Als ontwikkelingswerker kun je volgens hen niet heen om de volgende feiten: [6]
- Veel mensen laten hun leven leiden door hun levensbeschouwing. Religie beschouwen als irrelevant of ideologische indoctrinatie zal daarom ontwikkeling kunnen tegenwerken en in sommige gevallen zelfs tot conflict kunnen leiden.
- Religie heeft in ontwikkelingslanden een publieke functie. Pogingen om het in te perken, zoals gebruikelijk in westerse liberale democratieën, hebben geen zin.
- In ontwikkelingslanden vormt religie een politieke kracht. Pogingen om religie terug te dringen naar de privésfeer kunnen in ontwikkelingslanden weerstand oproepen of zelfs leiden tot een verwerping van ontwikkelingssamenwerking.
- Ontwikkelingswerkers moeten begrijpen hoe religie werkt in ontwikkelingslanden en hoe een gelovige aankijkt tegen de wereld. Wat zij zelf belangrijk of gewenst vinden, hoeft niet in overeenstemming te zijn met de ideeën van religieuze partnerorganisaties.
- Geslaagde ontwikkelingssamenwerking hangt af van openheid en dialoog met partnerorganisaties over alle delen van het leven, dus ook over religie. Selectieve betrokkenheid is geen optie.
Effectiviteit
Bij de eerste reden - de rol die religie in het Zuiden speelt - speelt al snel de vraag naar effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. Wanneer je de religieuze factor negeert, kan dit namelijk gevolgen hebben voor het slagen van projecten. Een groeiend aantal deskundigen vindt dat er in de ontwikkelingshulp meer aandacht moet komen voor religieuze aspecten van samenlevingen. Religie is de 'blinde vlek' in ontwikkelingssamenwerking: economische streefcijfers en technische aspecten worden te eenzijdig benadrukt. Dit zorgt ervoor dat veranderingen onvoldoende kunnen wortelen in gemeenschappen.
Onderzoek van de Wereldbank, gepubliceerd in Voices of the poor, laat zien dat religieuze leiders en organisaties in arme gemeenschappen, waar dan ook ter wereld, veel meer vertrouwen genieten dan andere leiders en organisaties. Zij staan dichter bij deze gemeenschappen dan andere netwerken en hebben daardoor veel invloed. Voorgangers zijn meestal persoonlijk bekend bij mensen in hun gemeenschap. Bovendien hebben zij vaak het gezag om noodzakelijke veranderingen te implementeren. Zij kunnen bondgenoot of partner zijn in het streven naar ontwikkeling. [7]
Identiteit
Het tweede argument - de rol die religie in de Nederlandse samenleving speelt - roept de vraag op naar de identiteit van ontwikkelingsorganisaties. Of zij nu religieus geïnspireerd of seculier zijn, voor elke organisatie spelen vragen als: waar staan wij voor? Welke morele inspiratie is voor ons leidend in wat wij (willen) doen? Wat verwachten wij van de ander met wie wij samenwerken? Hoe bereiken wij groepen mensen met een andere religieuze traditie? Ook de al dan niet religieuze identiteit van de medewerker zelf en zijn motivatie om te werken bij een ontwikkelingsorganisatie spelen een rol.
Deze discussies over effectiviteit en identiteit komen samen in het vraagstuk hoe je, als medewerker van een ontwikkelingsorganisatie, om wilt gaan met ‘de ander', de samenwerkingspartner en de doelgroep. Hoe bereik je wat je wilt bereiken? Wat is ontwikkeling eigenlijk? Anders gezegd: doen we de dingen goed en doen we de goede dingen?
Veel mensen hechten belang aan religie en spiritualiteit wanneer het gaat om hun eigen ontwikkeling en die van hun gemeenschap. De kijk op ontwikkeling kan vanuit een religieuze traditie anders zijn dan vanuit seculier perspectief. Daarom is het goed je af te vragen hoe je kijkt naar de relatie tussen religie en ontwikkeling. Hoe en waarom kun je als westerse ontwikkelingswerker diepliggende problemen helpen aanpakken?
Of je je nu verdiept in religie als probleem of als oplossing, sensitiviteit is belangrijk. In de eerste plaats dien je oog te hebben voor de mobiliserende rol die religie kan spelen, zowel ten goede als ten kwade. Daarnaast is het cruciaal dat je inzicht hebt in je eigen wereldbeeld en in je rol in de ontwikkelingsketen.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Geef uw reactie