Handreikingen voor de praktijk

I.2a Op de agenda

Vorige paragraaf                                                             Volgende paragraaf

Toen de secularisatiethese niet langer bruikbaar bleek, kwam het thema religie eind vorige eeuw weer terug op de internationale ontwikkelingsagenda. De oprichting van de World Faiths Development Dialogue (WFDD) in 1998 is hiervan een voorbeeld. Het WFDD organiseerde gesprekken tussen mensen van verschillende religies onderling en met internationale ontwikkelingsorganisaties, zoals de Wereldbank en het IMF. De grote vraag was welke relatie religie en ontwikkeling hebben. Bovendien wilde het WFDD ontdekken wat deze relatie betekent voor beslissingen over ontwikkelingsbeleid en voor arme gemeenschappen over de hele wereld.

Ook in Nederland houdt een aantal ontwikkelingsorganisaties zich bezig met het thema religie. In 2005 adviseerden partnerorganisaties en wetenschappers uit het Zuiden Nederlandse organisaties om nieuwe strategieën te ontwikkelen waarmee ze religieuze en spirituele dimensies van ontwikkeling kunnen betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. [2] In reactie hierop richtten ICCO, Cordaid, Seva Network Foundation, de Islamitische Universiteit Rotterdam en Stichting Oikos in 2006 het Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling op.

Tijdens een conferentie van dit Kenniscentrum in 2007 werd benadrukt dat het belangrijk is religie niet te beschouwen als apart fenomeen, maar ontwikkeling integraal te benaderen. Dit houdt in dat je vanaf het begin van een samenwerkingsverband rekening houdt met religie en spiritualiteit, of het nu gaat om het beoordelen van situaties of het oplossen van problemen. Dit is met name van belang wanneer partnerorganisaties in het Zuiden zelf wijzen op het belang van religie. [3]

Veel ontwikkelingsorganisaties komen voort uit missie en zending. Dergelijke organisaties, die voornamelijk actief zijn geweest in voormalige kolonies, waren van oudsher gewend rekening te houden met religie. De aandacht voor religie in ontwikkelingssamenwerking is tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw echter sterk afgenomen. Dit heeft te maken met de secularisatiethese: de veronderstelling dat religie door modernisering van samenlevingen haar betekenis zou verliezen in het publieke domein. De verwachting was dat mensen - zowel in het Westen als in ontwikkelingslanden - religie op den duur achter zich zouden laten, onder invloed van de ratio, wetenschap en technologie.

Deze secularisatiethese lijkt echter niet bewaarheid. In reactie op modernisering zijn in het Westen juist nieuwe religieuze bewegingen opgekomen. Deze verzetten zich onder andere tegen de door hun gevoelde dreiging dat religie zou worden teruggedrongen naar het privédomein (privatisering).
In ontwikkelingslanden is religie sterk verweven met het publieke en politieke leven, aldus de Amerikaanse ontwikkelingsdeskundige Scott Thomas. Daardoor kan niemand de privatisering van religie waarmaken. Volgens hem kan de secularisatiethese onmogelijk als model fungeren voor ontwikkelingslanden. [1]

Door naar Hoofdstuk I.2a. Op de agenda

 

Religie krijgt dus weer aandacht in ontwikkelingssamenwerking. Dit is belangrijk, want

"als we ontwikkelingssamenwerking effectief willen laten zijn, kan er in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid geen blinde vlek meer zijn voor religie",

aldus Jan van Doggenaar, directeur Buitenland van ICCO en Kerk in Actie. [4] 

Vanzelfsprekend houd je rekening met de religieuze overtuigingen van de islamitische bevolking in Mali wanneer je in hun dorp een onderwijsproject opzet. Ook als je gezondheidsprogramma's uitvoert of voorlichtingscampagnes over hiv/aids opzet, kun je als ontwikkelingswerker niet om religieuze opvattingen heen.

Die aandacht voor religie ligt echter niet altijd voor de hand. Moet je bijvoorbeeld oog hebben voor religie bij het bouwen van huizen na een natuurramp of bij het aanleggen van infrastructuur in een fragiele staat? In zulke situaties kun je verschillende redenen hebben om géén aandacht te besteden aan de rol van religie:

  • Je begrijpt de context niet volledig.
  • Je beschouwt religie als niet relevant in die situatie.
  • Je wilt religie niet expliciet noemen vanwege het gevaar van polarisatie en versterking van een conflict.
  • Je wilt niet beticht worden van bekeringsijver.
  • Je bent 'allergisch' voor religie.
  • Je begint er niet over uit onwetendheid.
  • Je hebt van huis uit geen ervaring met religie.

Toch speelt religie in dergelijke situaties vaak wel een rol. Dit praktijkboek legt uit hoe ontwikkelingswerkers oog kunnen krijgen voor de rol van religie en hoe ze hiermee om kunnen gaan.

Deze website biedt de mogelijkheid voor het uitwisselen van ervaringen en het stellen van vragen. Ook bieden we een uitgebreide digitale database aan met recente publicaties op het gebied van religie en ontwikkeling.

Door naar Hoofdstuk I.1. Doel en doelgroep van het praktijkboek

Reacties

  • Geen reacties gevonden

    Geef uw reactie


     




    * Verplichte velden